Naar zijn vijf langspeelfilms kijken, dat kan natuurlijk ook. Of hem straks tijdens Film Fest Gent overtuigen om een pint te gaan pakken in de Charlatan. Maar het snelst leer je Ruben Östlund kennen door op YouTube naar de laatste vijf minuten van de prijzenceremonie van het festival van Cannes te kijken. De eerste drie is hij niet te onderscheiden van eender welke dolgelukkige Gouden Palmwinnaar die dankwoordjes richt tot vrouw, kind en voornaamste medewerkers. Tijdens de laatste twee ontpopt hij zich tot een volksmenner die de zaal, barstensvol filmeminenties, kan aanzetten tot een 'oerschreeuw van geluk'. David Lynch en Juliette Binoche aarzelen geen seconde: hier met die schreeuw.
...

Naar zijn vijf langspeelfilms kijken, dat kan natuurlijk ook. Of hem straks tijdens Film Fest Gent overtuigen om een pint te gaan pakken in de Charlatan. Maar het snelst leer je Ruben Östlund kennen door op YouTube naar de laatste vijf minuten van de prijzenceremonie van het festival van Cannes te kijken. De eerste drie is hij niet te onderscheiden van eender welke dolgelukkige Gouden Palmwinnaar die dankwoordjes richt tot vrouw, kind en voornaamste medewerkers. Tijdens de laatste twee ontpopt hij zich tot een volksmenner die de zaal, barstensvol filmeminenties, kan aanzetten tot een 'oerschreeuw van geluk'. David Lynch en Juliette Binoche aarzelen geen seconde: hier met die schreeuw. Östlund is niet vies van een sociaal experimentje. In al zijn films zet hij het sociaal dier de mens in zijn blootje. De naakte aap van zoöloog en gedragsonderzoeker Desmond Morris is nooit veraf. In Involuntary gaf Östlund voorbeelden van mensen die zich door groepsdruk laten verleiden tot laakbaar gedrag. Inspiratie vond hij bij het beruchte gehoorzaamheidsexperiment waarmee de Amerikaanse sociaal psycholoog Stanley Milgram aantoonde hoe makkelijk de mens morele grenzen overschrijdt wanneer een autoriteit hem onder druk zet. Het idee voor het confronterende, naturalistische Play haalde hij uit rechtbankverslagen over een groep migrantenkinderen die andere kinderen op klaarlichte dag beroofden zonder dat volwassenen tussenbeide kwamen. In het internationaal gesmaakte Turist raakt een vader in paniek wanneer een sneeuwlawine een skiresort in de Alpen dreigt op te slokken. Hij grist in de vlucht zijn smartphone mee, maar kijkt niet om naar zijn vrouw en kinderen. De ramp blijft uit, het gezin is volledig ontregeld door zijn primitieve vluchtgedrag. Met het wrang komische, raak observerende The Square vertoeft Östlund op vertrouwd sociologisch terrein. De idealistische museumdirecteur Christian heeft de mond vol over een nieuw artistiek project dat mensen aanspoort om elkaar weer te vertrouwen. De ongelukkige manier waarop hij de diefstal van een telefoon afhandelt, een onenightstand met een journaliste en een promocampagne die om de verkeerde reden viraal gaat, bewijzen dat er in de praktijk niet veel nodig is om gênant fel af te wijken van het burgerlijke fatsoen, de nobele idealen en de elementaire morele ethiek die mensen zichzelf opleggen. Is The Square een satirische kritiek op de kunstwereld of toch vooral op de bourgeois samenleving? Ruben Östlund: Op beide. Ik wil mijn films telkens weer Le Charme discret de la bourgeoisie noemen, maar dat kan natuurlijk niet (Luis Buñuel was hem in 1972 voor, nvdr.). In Turist focuste ik op de absurditeit van een skiresort, dit keer op de kunstwereld en de media. Tijdens de research heb ik het ene museum voor hedendaagse kunst na het andere bezocht. Ze zien er in elke stad, waar ook ter wereld, ongeveer hetzelfde uit. White cubes, wegwijzers in neon, spullen op de grond waarvan je niet meteen weet of het nu kunst is of niet: je komt overal hetzelfde tegen. Die musea zijn inwisselbaar. Het ritueel, de herhaling, de conventie: ik val het met plezier aan. Is het niet makkelijk om te lachen met kunstwerken die in elkaar stuiken door een ongelukkige beweging van een bezoeker of van de schoonmaakploeg? Östlund: Het kan heus geen kwaad om je regelmatig af te vragen wat er nog van een kunstwerk of een film overblijft als je het bovenste laagje wegkrabt. Ik vind dat een gezonde en gepaste kritische houding. Hedendaagse kunst moet bekritiseerd worden, net als cinema en de media. Ik spot met iedereen. Daar ben ik onverbiddelijk in. Er is goede hedendaagse kunst, er is slechte hedendaagse kunst. Veel hedendaagse kunstenaars zijn afgesneden van de echte wereld, maar dat geldt ook voor veel filmregisseurs. Soms kun je je afvragen of iemand niet de rol van kunstenaar speelt in plaats van er een te zijn. Aan je film gaat een kunstproject vooraf dat ook The Square heet.Östlund: Het gaat om een project in het Zweedse stadje Värnamo dat ondertussen een permanente installatie is geworden. Op het centrale plein hebben we een vierkant afgebakend: een humanitair heiligdom waarin iedereen gelijk is en dezelfde rechten heeft. Wie daarin gaat staan, heeft het recht op de hulp van de voorbijgangers. Het herinnert de passanten aan hun rol als verantwoordelijke medemensen. In Grimstad, in Noorwegen, is er een tweede Square en er komt nog een derde, in Noorwegen. Zelf heb ik een schitterend idee voor een kunstproject in Göteborg, de stad waar ik leef. Hou je vooral niet in. Östlund: Op een van de centrale pleinen in de stad staat een standbeeld van Karel IX, die koning van Zweden was in het begin van de zeventiende eeuw. Ik zou dat beeld zevenhonderd meter verder willen verplaatsen, naar het plein met het standbeeld van koning Gustaaf II, zijn zoon. Dat project heet Vader komt thuis. Door vader en zoon te verenigen, hopen we dat de mensen zich gaan afvragen waar de moeder is, en vervolgens waarom er geen standbeelden bestaan van de vrouwelijke leden van de koninklijke familie. Is dat geen grappig, provocerend en progressief stadsproject? Waarom gunnen de mensen die oude oorlogskoningen een plek op de mooiste pleinen van de stad? Karel IX veroordeelde verdorie tal van vrouwen tot de brandstapel omdat hij vond dat er te veel heksen waren. (lacht)In je openingsscène wordt het standbeeld van een koning van zijn sokkel gehaald. De operatie loopt fout en hij wordt onthoofd. Laat me raden: jij bent geen fan van het Zweedse koningshuis? Östlund: Ik vroeg me af in welk museum ik The Square zou situeren en dacht aan het Stockholms slot, de koninklijke residentie. Na de Franse Revolutie vroegen de Fransen zich af wat ze moesten aanvangen met de koninklijke kastelen, en ze maakten musea van Versailles en het Louvre. Door van het Stockholms slot een museum te maken, lanceer ik het idee dat Zweden eindelijk die monarchie moet laten schieten. In een gesneuvelde scène horen de museumbezoekers via de audiogids hoe de Zweedse monarchie (in Östlunds fantasie, nvdr.) aan haar einde is gekomen. De koninklijke familie wilde voortaan via een YouTube-kanaal met haar onderdanen communiceren. Alleen wisten ze niet echt hoe je met dat medium omgaat. Hun ding was meer: poseren voor grote olieschilderijen. (lacht) De blik van de Zweden op de monarchie veranderde. Eerst werd nog geprobeerd om de monarchie te privatiseren, maar ze bleek financieel niet rendabel. Zowel vertrouwen als wantrouwen wordt beschaamd in The Square. Hoe groot is jouw vertrouwen in je medemens? Östlund: Dat hangt van de context af. De scène met de kinderen in het winkelcentrum is gebaseerd op een ervaring in New York. Mijn dochters - de tweeling was toen nog elf - wilden shoppen in het winkelcentrum Macy's. Ik haat dat. We spraken af dat ze twintig minuten mochten rondkijken en daarna moesten terugkeren naar het bankje waarop ik wat zat te lezen. Na negentien minuten begon ik al ongerust rond te kijken of ze nog niet op komst waren. Na tweeëntwintig minuten sloeg mijn fantasie op hol en werd ik doodsbang. Ik begon nerveus rond te lopen. De paniek sloeg enorm snel toe. Ik vond mezelf oerdom: hoe had ik mijn dochters alleen kunnen laten? Iedereen weet toch dat het in New York stikt van de gevaarlijke mensen? (lacht) Van het ene moment op het andere verloor ik alle vertrouwen in de medemens. Terwijl mijn dochters amper tien minuten te laat waren. Conclusie? Moet je de medemens meer vertrouwen of niet? Östlund: Toen mijn vader zes was, mocht hij vrij rondlopen in de straten van Stockholm. Zijn ouders hadden een adreskaartje rond zijn nek gehangen. Je kon erop vertrouwen dat andere volwassenen kinderen in nood hielpen. Vandaag leren we onze kinderen dat andere volwassenen een bedreiging vormen. Geprivilegieerde mensen sluiten zichzelf van de buitenwereld af door in een gated community te gaan wonen. Het wantrouwen in de andere is enorm. Willen we als samenleving die kant op? Ik denk het niet. The Square laat nog iets anders zien: het verschil tussen geloven in idealen en waarden en daarnaar handelen. De tentoonstelling laat de bezoekers de keuze tussen twee deuren: op de linkerdeur staat 'Ik vertrouw mensen', op de rechterdeur 'Ik wantrouw mensen'. De meeste mensen kiezen uiteraard voor de linkerdeur. Maar ze krijgen koudwatervrees wanneer ze wat later gevraagd worden om hun portefeuille en telefoon op de grond achter te laten. Je veroordeelt de ongelukkige museumdirecteur dus niet. Östlund: Ik herken mezelf in hem. Hij belandt in verschillende situaties die zijn moraal en idealen op de proef stellen. Morele vraagstukken zijn niet gemakkelijk. Meestal leiden ze tot een innerlijke dialoog. Vaak weten we oprecht niet wat we moeten doen. Soms doen we het goed, soms doen we het slecht. Zie Christian maar als een aap mét cultuur. Hij gedraagt zich zoals hij zich gedraagt omdat hij een mens is, en omdat hij zich in die specifieke positie en situatie bevindt. Ik bouw mijn films liever om zo'n sociologisch perspectief dan om de psychologie van een personage. Je zou de scène van de kunstenaar die op een gala-avond de genodigden bruuskeert door de aap uit te hangen uit de film kunnen knippen en als kortfilm uitbrengen. Östlund: Moet ik die daarvoor uit de film knippen? (lacht) The Square heeft die scène nodig. Het eerste wat de aap doet, is het alfamannetje verjagen. Het tweede: zich voortplanten. (lacht) Ik wilde dat de kijker zou schrikken van het omstandereffect en vervolgens zou merken hoe snel beschaafde mensen in dure kostuums kunnen veranderen in beesten. Leg dat omstandereffect eens uit? Östlund: Iemand wordt beroofd, aangerand, gekwetst op een publieke plaats. Hoe meer omstanders er zijn, hoe trager er gereageerd wordt. Je voelt je niet meer geroepen om zelf in te grijpen. Er is met het idee gespeeld om de mens bij wet te verplichten om in te grijpen als hij iets ziet gebeuren in de publieke ruimte. Volgens mij zou dat een totaal verkeerde oplossing zijn. Het mechanisme - verlamd toekijken in plaats van in te grijpen - heeft met angst te maken. Iedereen wil wel ingrijpen, maar niemand durft goed en rekent op de andere. Er bestaat een heel gemakkelijke manier om het omstandereffect te doorbreken: communiceer met de mensen rondom jou. Ik vind persoonlijk dat we dat in de lagere school al zouden moeten aanleren. Trek aan de mouw van de persoon naast je en vraag of jullie niet moeten ingrijpen. Zodra je één iemand aanspreekt, ben je niet meer alleen. En niemand verlangt dat je jezelf in gevaar brengt. Als er gevaar is, moet je er gewoon de politie bijhalen. Tv-ster Elisabeth Moss (Mad Men, Top of the Lake) speelt een journaliste die blijkt samen te wonen met een aap. Vlak voor haar onenightstand loopt die plots door het beeld. Wat is daar de bedoeling van? Östlund: Is dat niet verrassend? Ineens wandelt er een aap door het appartement alsof dat de normaalste zaak van de wereld is. Als je een aap voorbij ziet wandelen, dan weet je dat werkelijk alles mogelijk is. Dat zou in meer films moeten gebeuren. Ik hou van apen en ik begrijp waarom de mens zo graag naar apen kijkt. In apen herkennen we onszelf, maar dan zonder cultuur. We kijken naar wezens die heel dicht bij ons staan maar nooit beschaamd zijn voor wat ze doen en willen. Ze volgen hun instinct. Ze herinneren ons aan onze primitieve kant. Dat is belangrijk als we het waarom van ons gedrag willen begrijpen.