Ook na veertig jaar carrière blijft Anne Teresa De Keersmaeker de hedendaagse danswereld bevragen met voorstellingen die grossieren in abstracte patronen, emotioneel gewicht en perfect uitgekiende details. Om een blik te werpen op haar ontwikkelingsproces nodigde De Keersmaeker twee jaar geleden filmmakers Olivia Rochette en Gerard-Jan Claes uit om vlieg op de muur te spelen tijdens de laatste repetities van de voorstelling Mitten wir im Leben sind. De vermaarde choreografe trachtte toen samen met cellist Jean-Guihen Qeyras de zes cellosuites van Johann Sebastian Bach tot op het bot, zelfs tot op de noot te doorgronden. In een indrukwekkende poging om een voll...

Ook na veertig jaar carrière blijft Anne Teresa De Keersmaeker de hedendaagse danswereld bevragen met voorstellingen die grossieren in abstracte patronen, emotioneel gewicht en perfect uitgekiende details. Om een blik te werpen op haar ontwikkelingsproces nodigde De Keersmaeker twee jaar geleden filmmakers Olivia Rochette en Gerard-Jan Claes uit om vlieg op de muur te spelen tijdens de laatste repetities van de voorstelling Mitten wir im Leben sind. De vermaarde choreografe trachtte toen samen met cellist Jean-Guihen Qeyras de zes cellosuites van Johann Sebastian Bach tot op het bot, zelfs tot op de noot te doorgronden. In een indrukwekkende poging om een volledige bewegingsarchitectuur te bouwen op de notenbalken van Bach, werd de voorstelling een enigmatische zoektocht naar perfectie. Geen detail laat De Keersmaeker onbesproken. Rochette en Claes werken al sinds hun studententijd aan het KASK met Rosas, het dansgezelschap van De Keersmaeker. In 2012 filmden ze al de documentaire Rain, waarin te zien hoe de dansers van Rosas hun collega's van de Opéra de Paris de choreografie met dezelfde titel aanleren. De tandem vindt hier net als in Grands traveaux (2016), waarvoor het regieduo jongeren in een beroepsschool in Brussel volgde, de essentie in het louter documenteren. 'We wilden onze interesse zuiver houden en de zelfstandigheid van het materiaal erkennen', geven de makers zelf aan, die altijd op respectabele afstand van de dansers blijven.Rochette en Claes schoten op twee locaties, de voormalige fabrieksruimte in het Duitse Gladbeck waar Mitten wir im Leben sind op de Ruhrtriënnale in première ging en de dansstudio's van Rosas in Brussel. Beginnen doen ze in een repetitiezaal. Een cellist stapt het kader binnen, begint Bach te spelen alsof het een makkie is, waarna een danser - bezeten door de oorwurm van de muziek - rond hem begint te dansen. Buiten woeden de wind en de regen. Het is exemplarisch voor de film, de voorstelling en de choreografe zelf. In uiterste sereniteit en berekende branie praat De Keersmaeker geduldig in op haar dansers. De ene keer vindt ze een voetbeweging een 'bastaardoplossing', op een ander moment spoort ze weer aan tot meer energie. Net als Rochette en Claes belandt de kijker in het midden van de actie, zonder veel introductie. Dat veel termen, muziekanalyses en kwieke opmerkingen van een nog altijd vievige De Keersmaeker voor een leek heel hermetisch en ongrijpbaar blijken, doet geen afbreuk aan deze documentaire. Integendeel, het wordt met de seconde duidelijker dat het De Keersmaeker menens is om Bach te evenaren met bewegingen. Het verlangen is niet alleen brandend, maar ook zeer vakkundig voorbereid. Ondanks de soms complexe discussies geeft de chronologische beschouwing een heldere inkijk in hoe de vruchtbare samenwerking tussen choreografe De Keersmaeker en cellist Queyras functioneert. Als Mitten wir im leben sind 'het absolute tegendeel van Tomorrowland' is - zoals De Keersmaeker haar eigen voorstelling noemt - dan is Mitten de tegenhanger van flitsend popcornvertier. En dat is geen belediging.