Vier Amerikaanse toeristen zitten op restaurant in een niet-gespecificeerd land in Noord-Afrika. In het midden van de tafel ligt het kopje van een aapje als een soort centrepiece. Het aapje leeft nog: het zit onder de nek vast in een kooi die aan het tafelblad gemonteerd is. De ober toont de mannen in het gezelschap hoe ze met een ritueel hamertje de kop van het aapje moeten inslaan. Met een gezicht dat evenveel afgrijzen als spanning verraadt, volgen de mannen zijn voorbeeld. Je hoort de schedel kraken en het gekrijs van het dier verstommen. De camera zoomt in terwijl de ober achtereenvolgens het kopje scalpeert, de schedel breekt en de hersenen uitlepelt en op een bord serveert. De toeristen walgen, maar eten de rauwe apenhersenen op met een dessertlepeltje.

Weinigen hadden Faces of Death daadwerkelijk gezien. Altijd waren er grote broers van klasgenootjes.

Mocht er in de jaren tachtig internet geweest zijn, dan had de reactievideo op die scène miljoenen plays gehaald. Van het geluid van de apenschedel die als een zachtgekookt ei kraakt tot het kokhalzen van de eerste proever: er zit iets heel visceraals in de beelden. Het soort visceraal waar YouTube van houdt.

Langs de andere kant: mocht er in de jaren tachtig internet geweest zijn, dan had de kijker met een paar kliks geweten dat de scène opgenomen was in een Marokkaans restaurant, het aapje niet echt doodgaat en de toeristen eigenlijk gekookte bloemkool met nepbloed binnenlepelen. Destijds was niemand daar zeker van.

Het stond namelijk niet in de Winkler Prins.

***

Wie jong was in de eighties of de vroege nineties, weet dat Faces of Death meer was dan een film. Het was een legende - in de urban betekenis van het woord. Denk aan de speelplaatscommotie over Jebroers Kind van de duivel, maar stel u vervolgens voor dat het nummer verboden zou worden door de overheid en kinderen het met hun fantasie zouden moeten doen.

Eén ding was zeker: Faces of Death was een film op videocassette waarin echte doden te zien waren. Geen snuffmovie, maar een verzameling van accidentele filmdoden. Een parachutist die te pletter stort. Een gevangene die geëxecuteerd wordt en uit zijn ogen bloedt. Een toerist die door een alligator wordt opgegeten. Het was misselijkmakend. Het was illegaal. Het was iets wat je niet aan je ouders vertelde. Een rite de passage, met enig gevoel voor overdrijving.

Alleen: het waren geruchten. Want dat hoorde ook bij de legende. Weinigen hadden de film daadwerkelijk gezien. Er waren jongens uit het zesde die de film gekeken hadden met hun grote broer toen hun ouders er niet waren. Er waren videotheken waar ze hem, volgens klasgenootjes die het van hun grote broer gehoord hadden, aan minderjarigen verhuurden als je een geheim paswoord had. Er waren grote broers van klasgenootjes die je heel misschien een kopie konden bezorgen. Altijd waren er grote broers van klasgenootjes.

Faces of Death was meer dan de ultieme KNT-film. Het was een ingang tot een geheime, gruwelijke wereld waar ouders niks van wisten. Misschien is dat nog de makkelijkste manier om het vandaag uit te leggen: Faces of Death was, in Stranger Things-termen, een glimp van The Upside Down.

Minus één demogorgon.

***

Midden jaren zeventig werkte John Alan Schwartz in het productiehuis van zijn vader, een bedrijfje dat gespecialiseerd was in natuurfilms. Op een dag wandelde een man van Tohokushinsha, een Japans filmhuis en distributeur, zijn kantoor binnen, zo vertelde Schwartz in The Guardian. De Japanner had een exemplaar van The Great Hunt bij, een verzameling echte beelden van dieren die bejaagd en gedood worden, en stelde Schwartz voor iets soortgelijks te draaien. 'Ik ben het beu dieren te filmen', antwoordde Schwartz. 'Waarom maken we niks over mensen die sterven?'

Dr. Francis B. Gröss, de patholoog die u de dood in al haar facetten leerde kennen.

Dat idee was minder verontrustend dan u denkt. Het kwam niet uit het niets. In de jaren zestig was uit Italië de 'mondo' overgewaaid, een soort thematisch gestructureerde pseudodocumentaires over taboe-onderwerpen. Het genre was genoemd naar Mondo cane, een Italiaanse film uit 1962 over rites en rituelen van over de hele wereld. Maar waar die eerste film nog artistiek genoeg was om voor een Gouden Palm in aanmerking te komen, werden de nakomers al snel onvervalste shockumentary's over seks, geweld en dood, meestal gecombineerd met dubieuze exotiek - valse footage van bloederige rituelen bij onontdekte stammen uit Zuid-Amerika en Afrika hoorde bij het genre.

Vanaf de jaren zeventig begon de mondo zich te vertakken. Enerzijds groeide hij uit tot de exotische fictiefilm, die opvallend vaak over kannibalisme ging. Het voorbeeld bij uitstek daarvan is Cannibal Holocaust, een mix van fictie en faux-docu uit 1980 over een reddingsteam dat het Amazonewoud intrekt om een verdwenen cameraploeg terug te vinden. Het was het begin van de found-footagehorror waar The Blair Witch Project en Paranormal Activity later furore mee zouden maken.

Bijna simultaan ging de mondo ook een andere richting uit: een eigentijdse Amerikaanse variant focuste enkel op de dood. De veranderende nieuwscultuur leek daar een niet onbelangrijke rol in te spelen: in de jaren zeventig waren tv-journaals in de States een commercieel product geworden en het sensationalisme had zijn intrede gedaan op de nieuwsredacties. Schwartz was een van de eersten die doorhad dat dat ramptoerisme ook filmpotentieel had: er was een markt voor mensen die verkeersongevallen, mislukte stunts en terechtstellingen wilden zien - en liefst van zo dichtbij mogelijk.

***

Dat begreep ook de Japanse producent, die Schwartz vroeg om een sampler te maken. Schwartz overtuigde een vriend die in een mortuarium werkte om hem een autopsie te laten filmen en versneed de beelden met footage van zeehonden die doodgeknuppeld werden. Het Japanse productiehuis reageerde enthousiast. Vervolgens ging Schwartz nóg een stap verder en deed hij een ronde van de nieuwszenders, waar hij alle beeldmateriaal probeerde te kopen dat te expliciet was om uit te zenden. Een vrouw die zich van een appartementsgebouw gooit. Een verhakkeld lichaam na een verkeersongeval. Een opgeblazen lijk dat uit het water gevist wordt. Schwartz kocht het allemaal op.

Ik ben het beu om dieren te filmen', zei John Alan Schwartz. 'Waarom maken we niks over mensen die sterven?

Alleen: hoe langer Schwartz' gruwelmontage werd, hoe duidelijker het werd dat hij een probleem had. Alle footage die hij verzamelde, was kort, weinig verhalend en dateerde meestal van na de feiten. Geen enkele kijker zou anderhalf uur lang random lijken kijken kunnen uitzitten. De enige oplossing: een aantal sterfgevallen in scène zetten. Schwartz bedacht een aantal scenario's - toeristen die door beren en alligators worden aangevallen, een gevangene die geëlektrocuteerd wordt, de politie die binnenvalt na een gezinsdrama - en huurde een filmcrew uit Hollywood in. De Japanse producers zorgden voor een budget van 450.000 dollar, een bedrag dat nagenoeg integraal naar de special effects ging. Merk op dat dat niet onaardig was voor eind jaren zeventig: pakweg Midnight Express, dat in hetzelfde jaar verscheen, had een budget van 2 miljoen dollar.

Om het geheel aan elkaar te naaien huurde Schwartz ook een acteur in. De onbekende Michael Carr zou uiteindelijk Dr. Francis B. Gröss spelen, een patholoog die in het begin van de film met een pot hersenen op formaldehyde in de hand uitlegt dat hij al twintig jaar de dood in al haar facetten bestudeert. Wat daarop volgt, zo laat Schwartz Gröss zeggen, is zijn 'bibliotheek van de vele gezichten van de dood'. Faces of Death had zijn titel.

Fijn detail: Schwartz maakte de film onder het pseudoniem Conan LeCilaire. Hij dacht dat dat Frans was voor 'Conan the Killer'.

Dat was het niet.

***

In november 1978, precies veertig jaar geleden, kwam Faces of Death in de zalen. Eigenlijk was de film bedoeld voor de Aziatische markt, maar enkele onafhankelijke distributeurs hadden hem gezien en een Amerikaanse release gegeven. Uiteindelijk zou hij wereldwijd een zeer lucratieve 35 miljoen dollar ophalen.

De elektrocutie in FACES OF DEATH. De ogen, zo luidde de uitleg, werden afgeplakt omdat ze anders uit hun kassen springen.

Maar de legende van Faces of Death begon pas vijf jaar later, toen Gorgon Video de film op VHS-cassette uitbracht. Gorgon wist wat het deed. Videospelers en -cassettes, op dat moment een relatief nieuw fenomeen, waren nog niet gereguleerd door de overheid. Een aantal kleine distributeurs maakte gebruik van loopholes in de wetgeving om shockfilms voor tieners uit te brengen - zogenaamde video nasties. Faces of Death zou er hét gezicht van worden.

Dat had de film in de eerste plaats aan zijn cover te danken. Op de zwarte voorkant stond een wit doodshoofd met daarboven 'Faces of Death' in een bloedrood eightieslettertype. Onderaan stond een waarschuwing dat de film 'beelden van autopsieën, amputaties, rottende lijken en elektrocutie bevatte' en in geen geval 'door kinderen bekeken mocht worden'. Dé grote troef was een blauw lintje rechtsboven met daarop 'Banned! In 46 countries!' Een leugen: in werkelijkheid was de film slechts in vijf landen verboden. Maar dat was hoe Faces of Death zichzelf wist te verkopen: als de verboden film die je elke keer opnieuw aanstaarde terwijl je The Karate Kid ging huren.

(Een film 'huren' wil zeggen dat je naar een winkel ging, uit een reeks rekken de hoes koos van een film die je wilde zien, waarna de uitbater de fysieke cassette in de hoes stak en aan jou overhandigde tegen betaling. 's Anderendaags moest je de film terugbrengen. Om de een of andere reden moest je die zelf terugspoelen of je kreeg een boete.)

Volgens de makers heeft de FBI daadwerkelijk onderzocht of een sekte mensen aan het offeren was. Zelfs de overheid wist niet meer wat waar was en wat niet.

'De oorspronkelijke virale video', noemde de Britse krant The IndependentFaces of Death recent nog: daar valt iets voor te zeggen. Mond-tot-mondreclame was voor 1984 wat het internet is voor 2018. En geen plek is beter in mond-tot-mondreclame dan de speelplaats. Ondertussen kreeg de film in de traditionele pers een ander soort promo: morele paniek. Het Verenigd Koninkrijk, Spanje, België, Nederland: overal bogen bezorgde ouders zich over de film. De distributeurs zochten dat ook op. Britse verdelers stuurden anonieme brieven naar conservatieve activisten om hen te informeren over de nieuwste shockfilm en wachtten geduldig op de persstorm die daarop zou volgen.

Die strategie werkte opvallend lang: de laatste pogingen om de film strenger te reguleren in ons land dateren van 1995. ' Faces of Death is een uitermate populaire reeks waarin je beelden ziet van mensen die door aanstormende treinen worden overreden of verkeersslachtoffers die langzaam doodbloeden in hun auto. Het gaat om live gefilmde beelden van mensen die de dood letterlijk in de ogen kijken. En de videohuurder kan mee genieten', schreef Het Belang van Limburg destijds - over een film die toen al zeventien jaar oud was.

Maar meer nog dan een virale video zou Faces of Death vandaag een soortement challenge zijn: je moest de film dúrven te kijken. Met Faces of Death werd een nieuw soort gruwel geïntroduceerd. 'The horrors of the real', noemde J.G. Ballard het, een bekende Britse schrijver van dystopische sciencefiction en een grote fan van mondo's. Het was geen horror die het moest hebben van bovennatuurlijke angsten of extreme bloederigheid. Het was horror die teerde op het realisme van de situaties. Je wist dat mensen geëlektrocuteerd werden of verhakseld onder een vrachtwagen werden uitgehaald. Je kon je daar iets bij voorstellen. Je had het alleen nog nooit gezien.

Fake of niet: tot op vandaag is dat van een aantal beelden nog altijd niet duidelijk.

***

Er zat nog een ander aspect aan die horrors of the real: ze teerden op een nieuw soort vermenging van feit en fictie. En dat is waar Faces of Death extreem bedreven in was. Niemand wist namelijk wat echt was en wat niet. In een tijd waarin je geen internet had om dingen te verifiëren, was alles mogelijk. Zo bevatte Faces of Death beelden van de moord op Jean Voisier, een politicus van de Franse Parti Socialiste Populaire tijdens een persconferentie in 1968. Shockerende beelden van een man die van dichtbij neergeschoten wordt. Wat je niet wist en niet kón weten, was dat er nooit een Jean Voisier vermoord was en Frankrijk nooit een Parti Socialiste Populaire heeft gehad.

De VHS-cassette zelf droeg bij tot die flouheid. Was Faces of Death op blu-ray uitgebracht, dan had de film nooit dezelfde impact gehad. Videocassettes werden eindeloos bekeken, teruggespoeld en opnieuw bekeken. Cassettes werden gekopieerd. Kopieën werden gekopieerd. En telkens ging de beeldkwaliteit achteruit. Wat maakte dat VHS heel veel korrelige ruimte aan de kijker liet om zelf in te vullen.

Het beste voorbeeld daarvan is een scène uit Faces of Death waarin een sekte uit San Francisco een van zijn leden offert. Een onbekende had de scène gekopieerd op een cassette, maar de rest van de film achterwege gelaten. Honderden kopieën later wist niemand nog waar de beelden vandaan kwamen. Volgens de makers is de offervideo uiteindelijk bij de FBI terechtgekomen, die daadwerkelijk heeft onderzocht of een sekte in San Francisco mensen aan het offeren was. Zelfs de overheid wist niet meer wat waar was en wat niet.

Het merkwaardige is dat het antwoord op die vraag tot op vandaag onduidelijk is. De onthoofding van een man in het Midden-Oosten is fake, net zoals de toeristen die apenhersenen eten, de alligator- en de berenaanval en de elektrocuties. Maar over de meeste andere scènes willen de makers nog altijd geen uitsluitsel geven. Ze houden het erop dat zestig procent van de film originele footage is.

Faces of Death shockeert niet meer. Je hebt de beelden namelijk al eens gezien. Niet exact dezelfde, maar beelden die er heel veel op lijken.

Zo beweren ze dat ze echte en fake beelden combineerden. Een echte shot van een vrouw die van een gebouw springt, combineerden ze met een in scène gezet shot van een vrouwenlijk onder aan het gebouw. Een echte wide shot van een dodelijk ongeval wordt gecombineerd met valse close-ups van het verhakselde lijk. Maar zelfs dat valt te betwijfelen. Juridisch gezien lijkt het hoogst onwaarschijnlijk dat nabestaanden zouden toestaan dat de laatste beelden van hun dochter, zoon, broer of zoon in een video nasty met een doodskop op de cover gebruikt zouden worden. Ook in de jaren tachtig. In het Verenigd Koninkrijk is de film enkel verbannen wegens 'wreedheid jegens dieren'. Dat doet vermoeden dat Schwartz en zijn medewerkers ook veertig jaar na de release nog altijd liegen over het waarheidsgehalte van de film. Of er daadwerkelijk stervende mensen te zien zijn in Faces of Death en welke dat dan zijn, zal allicht nooit helemaal duidelijk worden.

***

In 1984 liet Steven Spielberg Indiana Jones in The Temple of Doom gekoelde apenhersenen eten , recht uit de apenschedel. De link met de beroemdste scène uit Faces of Death lijkt voor de hand te liggen - sowieso was het opvallend bloederige Temple of Doom, met zijn mensenoffers, uitgerukte kloppende harten en dubieus exotisme, heel schatplichtig aan de mondo. Maar veel verder lijkt de invloed van Faces of Death op de filmgeschiedenis niet te reiken. Zelfs Quentin Tarantino refereerde nooit expliciet aan de film. En Quentin Tarantino refereert aan álles.

De impact van Faces of Death lijkt dan ook niet enorm. Je zou het de oorspronkelijke virale video of een pionier van de found-footagehorror kunnen noemen, maar dat zou de film te veel eer aandoen. Het succes van de eerste film zou zeven sequels en copycats als Banned on Television en Traces of Death opleveren, maar de realiteit blijft dat Faces of Death een dubieus filmpje was dat enkel shockeren had als bestaansreden. Toen dat niet meer lukte, was de film klaar voor de vergetelheid.

Gij zult geen beren van dichtbij filmen. Deze scène was in elk geval fake.

Precies dat is het vreemde als je hem vandaag bekijkt. Faces of Death shockeert inderdaad niet meer. Deels is dat omdat je geen twaalf meer bent, VHS-gore gedateerd is en je weet dat de misselijkmakendste scènes fake zijn. Maar er is ook een andere reden. Je hebt de beelden namelijk al eens gezien. Niet exact dezelfde beelden, maar beelden die er heel veel op lijken.

Het begint met de openingsscène van een openhartoperatie: die lijkt op programma's als Brain Surgery Live, die National Geographic vandaag uitzendt. Die herkenning blijft honderd minuten duren. De in scène gezette executie in het Midden-Oosten heeft nagenoeg dezelfde beeldtaal als de onthoofdingsvideo's van IS. De moord op de Franse politicus kun je niet zien zonder je de beelden te herinneren van de brutale moord op een Russische ambassadeur in Turkije. De valse elektrocuties doen denken aan de echte terechtstelling van Saddam Hoessein.

Faces of Death voelt zelfs als de brave variant. De smartphonebeelden die Het journaal herhaalde en herhaalde van een terrorist die voor de kantoren van Charlie Hebdo met een kalasjnikov naar een hulpeloze politieagent stapt, zijn honderden keren schokkender dan de politieschietpartijen die Faces of Death laat zien. Opnames van een verdronken jongeman in de branding vallen in het niets bij de hartverscheurende beelden van Aylan Kurdi die op de cover van elk magazine stonden.

Scène na scène na scène lijkt Faces of Death echte beelden van veertig jaar later te voorspellen. Faces of Death symboliseert de transitie van een gecensureerde cultuur naar eentje waar alles voorhanden is voor wie het wil zien. Het is een harde vaststelling: het genre dat Faces of Death uitvond, is niet verdwenen omdat het verboden werd. Het is verdwenen omdat het in de mainstream is opgegaan. Nieuwsuitzendingen, reality-tv en subsecties van Reddit hebben de rol van de video nasty overgenomen. Televisie, smartphones en internet hebben het taboe omtrent het tonen van dode mensen weggenomen. De enige scène die wel nog doet gruwen, is vreemd genoeg die waarin stropers zeehonden doodknuppelen, wat op een rare manier veel zegt over hoe er vandaag naar gruwelijke beelden wordt gekeken.

Dat is vandaag wat het meest shockeert aan Faces of Death.

Dat je bijna niet meer uitgelegd krijgt waarom het veertig jaar geleden een fenomeen was.