Een film die niet over deze tijd gaat, maar er wel veel over vertelt, is The Big Short (2015), over de Amerikaanse en bijgevolg globale crash van 2008, met als oorzaak veel te ver doorgedreven speculaties op een opgeblazen markt van hypothecaire kredieten.
...

Een film die niet over deze tijd gaat, maar er wel veel over vertelt, is The Big Short (2015), over de Amerikaanse en bijgevolg globale crash van 2008, met als oorzaak veel te ver doorgedreven speculaties op een opgeblazen markt van hypothecaire kredieten. Ten eerste zien we de bodem ontstaan waarop iemand met een campagne en een persoonlijkheid zoals die van Donald Trump kon aanslaan en groeien. Barack Obama was natuurlijk de president die de financiële crisis erfde, en hij loste die op door - simpel gezegd - 'de banken te redden'. Je moet je maar voorstellen dat je je werk en je huis kwijt bent, misschien met je gezin bij je moeder of schoonouders kampeert of vanuit de koffer van een minivan leeft. En dan ziet dat er meer dan 800 miljard dollar naar de mensen gaat die eigenlijk heel de rotzooi bedachten en er vaak schatrijk van werden. Het is natuurlijk niet zo dom en eenvoudig, maar de emotie die dat teweegbrengt, is dat wel: onbegrip en dus in eerste plaats woede. Dezelfde woede is vandaag merkbaar bij mensen uit sectoren die zwaar getroffen worden door corona. Net zoals het niet de virale deeltjes zijn die ons potentieel doden maar wel de maatregelen die de afweersystemen in ons lichaam nemen, is het voor veel mensen niet zozeer het virus zelf dat hun leven op de helling zet, maar wel de maatregelen die de overheden nemen. Wat niet wil zeggen dat die maatregelen onterecht zijn, maar het onbegrip en de woede zijn goed te begrijpen. Het is gemakkelijk om voor het goed van de hele samenleving te denken zolang als je een inkomen hebt en je niet te veel zorgen moet maken. Dat is ook waarom - en nu keer ik nog eens terug naar The Big Short - ik niet begrijp waarom de beslissingen en de communicatie omtrent de financiële steunmaatregelen niet gelijke tred houden met die over de antiverspreidingspolitiek. De crisis van 2008 was de wolkenkrabber die instortte. De gebouwen en de systemen waren wat we intussen als een staande uitdrukking hebben leren kennen: too big to fail. De financiële slachting die nu plaatsvindt, gebeurt op straatniveau. De brasserie, de reisagent, de schoenwinkel, de muzikant. Too small to notice? Commissaris Margrethe Vestager keurde een enorm bedrag goed op Europees niveau, maar ik zie dat nog niet aan de juiste snelheid terechtkomen bij de mensen die er nood aan hebben. Je kunt het straatniveau niet helpen door de wolkenkrabbers meer geld te geven. De eerste gevolgen zijn dramatisch op gezinsniveau, maar zoals The Big Short ook concludeert: zij die de schuld zullen krijgen, zijn de vreemdelingen en de armen. Een jaar na de release van de film kwam Trump aan de macht met praat over een muur tegen de Mexicaanse verkrachters en een politiek van uitzetting die via de US Immigration and Customs Enforcement kinderen van hun ouders scheidde en apart opsloot. Kortom, waar The Big Short ons eerst en vooral aan herinnert, is dat een economische crisis nooit zomaar een economische crisis is. Daarom, regeringen: we weten intussen dat we afstand moeten houden en een knuffelcontact mogen kiezen. Laten we het nu over geld hebben.