In dat kader ben je vorige maand elke dag naar een onbewoond eiland afgevaren.

Ria Pacquée: (lacht) Dat klinkt exotisch maar het was gewoon een klein eilandje in het midden van het stadspark. Ik heb er gedaan wat ik anders ook doe: nadenken, lezen, op ideeën broeden, wat geschreven, een boel foto's genomen en korte filmpjes gemaakt. Voor elk van de dertig dagen heb ik in een speciaal gebouwde muur een nis gevuld, met een gedachte of een stuk tak. Dat abstracte dagboek kunnen mensen nu ook gaan bekijken. Wat ik heb gelezen? Ondanks alle nieuwe boeken die ik bij had, is het vooral hérlezen geworden. Zoals De mythe van Sisyphus van Albert Camus, gedachtegangen en verwijzingen naar Plato of Nietzsche, over de absurditeit van het bestaan. Dat vond ik perfect passen op dat eiland, omdat je jezelf ertoe verbindt om ergens te gaan zitten waar mensen je kunnen bekijken. Ik vond het geruststellend om te lezen hoe ik met mijn levensvragen, die maar niet opgelost raken, niet alleen ben.

De expo gaat over vergankelijkheid, veranderende identiteit. Gewiekst, natuurlijk: moeten mensen meer dan één keer gaan kijken?

Pacquée: Goh, zoveel verandert er nu ook weer niet. Er is een reeks van ongeveer honderdtwintig foto's die achter elkaar in een soort moestuin zijn gepresenteerd waarin de pompoenplanten snel groeien. De boontjes niet, die zijn opgegeten door de konijnen. (lacht) Nu ja, het wandelende, joggende of picknickende publiek van het Middelheimpark is niet noodzakelijk bezig met kunst of de tentoonstelling. Zelf heb ik er enkele weken geleden wel een concert gezien in De Nor, het paviljoen dat kunstenaar Dennis Tyfus daar heeft gecreëerd, heel mooi tussen de bomen. Dat was van de Japanse groep Kuunatic, drie vrouwen die me van mijn sokken hebben geblazen met hun mix van tribale en oriëntaalse geluiden. Er zat metal in, dub en noise, een psychedelische mix. Van noise kan ik echt genieten. Op het eiland heb ik vaak Thurston Moore opgezet, van wie ik een grote fan ben. Dat contrast met de kalmte van rondscharrelende dieren, ik kreeg er energie van.

Tot slot nog wat lof voor een stadsgenote: Katy Heck.

Pacquée: Uit haar jongste expo All My Friends Are Wild bij Tim Van Laere bleek toch weer dat ze een heel goede schilderes is die haar eigen stijl heeft ontwikkeld. Ze durft buiten het kader te treden, maakt ook sculpturen en video. O ja, qua performances wil ik nog Boris Van den Eynden noemen, een jonge Antwerpenaar die vorig jaar mijn monografie Slamm, Ramble, Perform heeft gelayout - wat in feite zijn beroep is. Zelf gaat hij vaak de tragikomische toer op. Ook weer in De Nor is hij eens met zijn hoofd op een synthesizer gaan liggen, tot de batterij leeg was. (lacht) Maar de mensen zijn toch blijven zitten!