Ondanks de vuurtoren op zijn flank werpt de Bass Rock een donkere schaduw op de Schotse kust. Al op de openingspagina's van Wij zijn de wolven wordt alle hoop op een kiertje licht gesmoord: de jonge Viviane ontdekt op het strand een koffer waar eerst een paar vingers en daarna een dood oog uit piepen.
...

Ondanks de vuurtoren op zijn flank werpt de Bass Rock een donkere schaduw op de Schotse kust. Al op de openingspagina's van Wij zijn de wolven wordt alle hoop op een kiertje licht gesmoord: de jonge Viviane ontdekt op het strand een koffer waar eerst een paar vingers en daarna een dood oog uit piepen. Later - ze is ondertussen de veertig gepasseerd - keert ze terug naar het lege huis van haar voorouders, de Hamiltons, om tot rust te komen na een opname in de psychiatrie. Het huis staat te koop en het is hopen op een rijke Amerikaan die een fortuin wil spenderen aan een renovatieproject vlak bij de golfbaan. Tot dan moet ze de koude muren vrijwaren van vocht en verval. Tijdens de lange, in whisky gedrenkte avonden krijgt Viviane gezelschap van de dakloze sekswerker Maggie en - het blijft Schotland - een klein spook dat graag in de hoek van de kamer opduikt. Ooit heeft Sarah Hamilton in het grote huis gewoond, samen met weduwnaar Peter en haar twee stiefkinderen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog moet ze wennen aan de rare lokale gewoonten, de naburige roddeltantes en het veelvuldige bezoek van de lokale dominee. Wanneer ze ontdekt dat Peter er in Edinburgh nog een zwangere maîtresse op na houdt en hem woedend confronteert met zijn overspel, snoert hij haar de mond met het dreigement dat er voor hysterische vrouwen altijd plek is in de lokale instelling voor krankzinnigen. Om het thema van misogynie nog wat aan te dikken verhaalt de Engelse-Australische Evie Wyld in haar derde roman ook over een heksenjacht in de streek. Boeren die hun veestapel aan de pest verliezen, wijzen met rieken in de hand richting Sarah, de dochter van de lokale kruidenvrouw - Sarah kan na een verkrachting nog net aan de brandstapel ontsnappen maar haar tocht door het woud brengt geen verlossing. De toeristische dienst van Schotland zal gruwen van het beeld dat Wyld van de Highlands ophangt. Blijkbaar wemelt het er van seriemoordenaars, verkrachters, pederasten, vrouwenmishandelaars, potloodventers en mythische wolvenmannen, verlekkerd op jonge deernes. Als er al een goedaardige man wordt beschreven, dan ligt die onder de zoden. Wyld verpakt haar aanklacht tegen toxische mannelijkheid in een gedegen vertelling die vlot tussen tijdperken schakelt en vaak gelardeerd wordt met knappe symboliek en grimmige scènes die ook het psychologische geweld tastbaar maken. Alleen jammer van het jachtige slot. Wyld knoopt overhaast alle tijdlijntjes nog netjes aan elkaar, maar tegen dan heb je al een serieuze brok metier achter de kiezen.