Wanneer ik J.M. Coetzee lees, moet ik vaak aan Travis Bickle uit Taxi Driver denken: 'Loneliness has followed me my whole life. Everywhere. In bars, in cars, sidewalks, stores, everywhere. There's no escape. I'm God's lonely man.' Niet zelden zijn Coetzees hoofdpersonages blanke middenklassers die zich ontheemd voelen, geboren in de verkeerde tijd, het verkeerde land, gegriefd door een maatschappij die hen uitgespuwd heeft. Koppige piekeraars ook, die nog een laatste poging tot verzet plegen, meestal tevergeefs.
...

Wanneer ik J.M. Coetzee lees, moet ik vaak aan Travis Bickle uit Taxi Driver denken: 'Loneliness has followed me my whole life. Everywhere. In bars, in cars, sidewalks, stores, everywhere. There's no escape. I'm God's lonely man.' Niet zelden zijn Coetzees hoofdpersonages blanke middenklassers die zich ontheemd voelen, geboren in de verkeerde tijd, het verkeerde land, gegriefd door een maatschappij die hen uitgespuwd heeft. Koppige piekeraars ook, die nog een laatste poging tot verzet plegen, meestal tevergeefs. Net zo is het in het openingsverhaal van deze bundel. In Een huis in Spanje koopt een schrijver na twee mislukte huwelijken een vervallen woonst in Catalonië. Niet aan de kust - daar heeft hij het geld niet voor - maar in een dorpje dat hem niet meteen met open armen ontvangt. Hij wéét dat hij opgelicht wordt bij de bakker en de fruitboer, hij wéét dat hij beter een lokale klusjesman zou inhuren om het huis op te knappen, maar hij wil ontsnappen aan het cliché van de rijke wereldburger die in een verpauperd land neerstrijkt en grote sier maakt met een pied-à-terre. Tot een openlijk conflict komt het niet - daar is Coetzee te subtiel voor - maar wie tussen de regels leest, beseft dat dit het laatste huis, het laatste huwelijk zal zijn. Hoewel Coetzees verhalen amper over een spanningsboog beschikken en eerder aandoen als essayistische mijmeringen, voel je als lezer toch telkens het wurgkoord dat met elke regel strakker wordt aangetrokken. In Nietverloren - hoe ironisch kan een titel zijn als je over zoekende zielen schrijft? - haalt Coetzee, of toch zijn verteller, nog eens uit naar zijn voormalige vaderland Zuid-Afrika. Dit verhaal begint bij een lieflijke feeënkring en een ode aan het boerenleven in de Karoo, en eindigt in een pijnlijke scheldpartij aan het adres van zijn landgenoten. Zuid-Afrika is een pretpark voor buitenlanders geworden, een toeristische trekpleister voor dikbuikige Duitsers die hun mannelijkheid willen bewijzen door een tamme koedoe af te knallen. Vervang de Landrover in de savanne door een yellow cab in het grimmige New York en de tirade had zo uit de mond van Travis Bickle kunnen komen. De laatste jaren was Coetzee me een beetje kwijtgeraakt. Vooral zijn twee Jezus-romans eindigden te vaak in esoterisch geneuzel maar deze drie verhalen - in het middelste verhaal, Hij en zijn man, keert hij terug naar zijn eigenzinnige Robinson Crusoe-bewerking Foe - tonen opnieuw tot wat de grootmeester in staat is.