De Duitse klankbricoleur Blixa Bargeld wist het al: 'Architektur ist Geiselnahme.' Een gebouw neemt namelijk niet alleen ruimte in, het kidnapt ook zijn bewoners. Of zijn schepper. Dat ondervond de Joodse bankier Otto Petschek. Doordat hij aan het eind van de WO I slim in kolen had belegd, beschikte Petschek over meer geld dan oom Dagobert. Daarop trok hij midden in Praag een paleis op (de enorme Petschekvilla, waarover dit boek gaat, niet te verwarren met het Petschekpaleis in dezelfde stad) dat de Europese en Amerikaanse architectuurgeschiedenis verenigde en vereeuwigde.
...