De Duitse klankbricoleur Blixa Bargeld wist het al: 'Architektur ist Geiselnahme.' Een gebouw neemt namelijk niet alleen ruimte in, het kidnapt ook zijn bewoners. Of zijn schepper. Dat ondervond de Joodse bankier Otto Petschek. Doordat hij aan het eind van de WO I slim in kolen had belegd, beschikte Petschek over meer geld dan oom Dagobert. Daarop trok hij midden in Praag een paleis op (de enorme Petschekvilla, waarover dit boek gaat, niet te verwarren met het Petschekpaleis in dezelfde stad) dat de Europese en Amerikaanse architectuurgeschiedenis verenigde en vereeuwigde.
...

De Duitse klankbricoleur Blixa Bargeld wist het al: 'Architektur ist Geiselnahme.' Een gebouw neemt namelijk niet alleen ruimte in, het kidnapt ook zijn bewoners. Of zijn schepper. Dat ondervond de Joodse bankier Otto Petschek. Doordat hij aan het eind van de WO I slim in kolen had belegd, beschikte Petschek over meer geld dan oom Dagobert. Daarop trok hij midden in Praag een paleis op (de enorme Petschekvilla, waarover dit boek gaat, niet te verwarren met het Petschekpaleis in dezelfde stad) dat de Europese en Amerikaanse architectuurgeschiedenis verenigde en vereeuwigde. Maar zijn droom werd een lijdensweg: het zou Petschek bijna een decennium én zijn familiefortuin kosten om het luchtkasteel vaste vorm te geven en toen het eenmaal afgewerkt was, stonden de nazi's op de poorten van Tsjecho-Slowakije te bonken. De tijd eiste een bitter losgeld: de familie moest vluchten en haar geliefde villa werd de ambtswoning van Rudolf Toussaint, generaal in de Wehrmacht. Na de bevrijding betrokken de Amerikanen het pand. Ze turnden het om tot gezantswoning. Niemand minder dan Shirley Temple zou er eind jaren tachtig als ambassadrice haar intrek nemen. Norman Eisen, zelf van Joods-Slowaakse afkomst, was van 2011 tot 2014 Amerikaans ambassadeur in Praag en raakte tijdens zijn ambtsperiode gefascineerd door het wonderlijk gebouw en de centrale rol die het speelde in de Europese geschiedenis. De oprichting van Tsjecho-Slowakije, de nazi-bezetting, de Koude Oorlog, het neerslaan van de Praagse Lente én de Fluwelen Revolutie onder leiding van toneelschrijver-dissident Václav Havel: de villa speelt er telkens een centrale rol in. Eisen reconstrueert nauwgezet de levens van de illustere bewoners van het pand en verweeft het verhaal van diplomaten en politici met dat van zijn moeder Frieda. Zij overleefde de Holocaust en bekijkt vanuit haar nieuwe thuisbasis Amerika de evolutie in haar geboorteland met argusogen. Ze wantrouwt het optimisme van haar zoon en beschuldigt hem van naïviteit: waar rechts nationalisme de kop opsteekt, volgt het antisemitisme als een getrainde bloedhond. Ze heeft een punt. Want hoe goed gedocumenteerd en vlot geschreven het boek van haar zoon ook is, zijn goedgelovige blik is duidelijk die van een Amerikaans gezant. Over de rol van de CIA tijdens de Koude Oorlog rept hij met geen woord en zijn adoratie voor Shirley Temple neemt groteske proporties aan - hij stelt haar voor als een Jeanne d'Arc van de Fluwelen Revolutie. Je kunt van een ex-ambassadeur niet verwachten dat hij staatsgeheimen prijsgeeft, maar Eisen gebruikt de star-spangled banner wel net iets te veel als een mantel der liefde.