Tradities bestaan louter omdat je ze in ere houdt. Al twintig jaar lang trekt het gezin Stevens begin september naar hetzelfde pension in het Engelse kuststadje Bognor Regis. Die welverdiende vakantie vergt de nodige voorbereidingen: een buurman moet de kat van melk voorzien, een buurvrouw krijgt de parkiet in bruikleen, de kruier moet besteld worden, de krant opgezegd. Vooral vader Ernest kijkt uit naar zijn strandvakantie. Hij moet die gemiste promotie op zijn werk even verteren, alsook zijn ongewenste vertrek als secretaris van de lokale voetbalploeg, en nu de kinderen ouder worden, vreest hij dat dit wel eens hun laatste gezamenlijke vakantie zou kunnen z...

Tradities bestaan louter omdat je ze in ere houdt. Al twintig jaar lang trekt het gezin Stevens begin september naar hetzelfde pension in het Engelse kuststadje Bognor Regis. Die welverdiende vakantie vergt de nodige voorbereidingen: een buurman moet de kat van melk voorzien, een buurvrouw krijgt de parkiet in bruikleen, de kruier moet besteld worden, de krant opgezegd. Vooral vader Ernest kijkt uit naar zijn strandvakantie. Hij moet die gemiste promotie op zijn werk even verteren, alsook zijn ongewenste vertrek als secretaris van de lokale voetbalploeg, en nu de kinderen ouder worden, vreest hij dat dit wel eens hun laatste gezamenlijke vakantie zou kunnen zijn. Voor mevrouw Stevens hoeft die vaste vakantie niet. De stressvolle treinreis, het sjofele pension, dat vervelende zand dat altijd tussen de beddenlakens kruipt, het belabberde eten - het hele gedoe stelt haar zenuwen op de proef en haar precies afgemeten glaasje port per dag helpt amper nog. Niettemin zal ze nadien tegen de jaloerse buren altijd beweren dat het heerlijk was. Zoon Dick en dochter Mary staan op het punt het ouderlijk nest te verlaten. Dick worstelt met zijn ambitie om architect te worden, een dure studie waar hij eigenlijk niet slim genoeg voor is, en Mary moet nu maar eens een man gaan vinden. Maar op het strand raakt ze in de ban van de flirterige Jessica - de term 'vrouwenliefde' zou nooit bij Mary opkomen, maar dat houdt de vlinders niet tegen. Alleen de jongste zoon Ernie geniet onbekommerd van zijn zandkastelen, miniatuurzeilboot en de uren cricket op het strand. Zijn grootste zorg: zullen ze wel dezelfde strandcabine kunnen huren en is die ene snoepwinkel nog open? Grootse avonturen zal het vijftal niet meemaken, daarvoor zijn ze te braaf, te zeer beperkt door de eisen van hun stand, te verknocht aan hun kneuterige ritueeltjes. In zijn voorwoord geeft hun schepper R.C. Sherriff toe dat hij aanvankelijk neerkeek op zijn kleinburgerlijke personages maar hen doorheen het schrijfproces sympathieker begon te vinden. Je voelt die evolutie in Twee weken weg: eerst bijt de spot weleens door de regels maar met elk zonnig hoofdstuk leef je oprechter mee met de besognes van de elckerlykjes. En als Sherriff zijn pen toch in cynisme drenkt, dan doet hij dat om de nouveaux riches door de mangel te halen, de opkomende klasse van rijke industriëlen die wel geld maar geen smaak heeft. Met Twee weken weg overwon Sherriff zijn writer's block en zijn roman groeide in 1931 dankzij de droogkomische stijl en de vrolijke toon uit tot een bestseller. In tijden van pandemie, klimaathorror en kletsnatte zomermaanden blijkt Twee weken weg het ideale slaapmutsje om bij de open haard te lezen.