Eigenlijk had Lorenzo Mattotti - 65 jaar geleden geboren in Brescia - architect moeten worden, maar die studies heeft hij nooit afgemaakt. Daarvoor tekende, schilderde en fantaseerde hij naar eigen zeggen te gretig en te graag. Het is een carrièrewending die de minzame Italiaan, en bij uitbreiding elke stripliefhebber, zich allicht nooit beklaagd heeft. Al sinds de eighties behoort Mattotti tot de meest gevierde en veelzijdige tekenaars en illustrators ter wereld. Hij maakte klassiek geworden strips als Vuren (1986), Caboto (1992) en Dr Jekyll & Mr Hyde (2002), Hij illustreerde prestigieuze boeken en catalogi, hij werkte samen met rockdichter Lou Reed en filmauteur Michelangelo Antonioni én zijn meteen herkenbare, door sierlijke lijnen, kleuren en contrasten gekenmerkte tekeningen sierden The New Yorker, Vogue, Paris Match en Le Monde.
...

Eigenlijk had Lorenzo Mattotti - 65 jaar geleden geboren in Brescia - architect moeten worden, maar die studies heeft hij nooit afgemaakt. Daarvoor tekende, schilderde en fantaseerde hij naar eigen zeggen te gretig en te graag. Het is een carrièrewending die de minzame Italiaan, en bij uitbreiding elke stripliefhebber, zich allicht nooit beklaagd heeft. Al sinds de eighties behoort Mattotti tot de meest gevierde en veelzijdige tekenaars en illustrators ter wereld. Hij maakte klassiek geworden strips als Vuren (1986), Caboto (1992) en Dr Jekyll & Mr Hyde (2002), Hij illustreerde prestigieuze boeken en catalogi, hij werkte samen met rockdichter Lou Reed en filmauteur Michelangelo Antonioni én zijn meteen herkenbare, door sierlijke lijnen, kleuren en contrasten gekenmerkte tekeningen sierden The New Yorker, Vogue, Paris Match en Le Monde. Wat Mattotti nog niet op goedgevulde zijn curriculum had, was een lange animatiefilm (hij schreef en regisseerde wel al een episode van de omnibusfilm Peur(s) du noirs uit 2007). Daar komt eindelijk verandering in met De beroemde bereninvasie van Sicilië, een even charmant, kleurrijk als uniek sprookje voor jong en oud naar het kinderboek uit 1945 van de Italiaanse schilder, schrijver en journalist Dino Buzzati. In zijn klassiek geanimeerde regiedebuut, dat meteen geselecteerd werd voor Cannes, toont Mattotti in zijn bekende zwierige, strak omlijnde stijl hoe hongerige beren na een lange, koude winter de vallei intrekken op zoek naar voedsel. Leonzio, koning der beren, hoopt zijn door jagers ontvoerde zoon Tonio terug te vinden, maar een leger zwijnen, een sluwe professor die mogelijk een tovenaar is, een snauwende kater en andere hinderpalen staan zijn plannen in de weg. 'Het was al lang een droom van mij om een film te maken' aldus de maestro over zijn betoverende avontuur, dat zich afspeelt in een onbestemde tijd waarin de dieren nog spraken. Letterlijk. 'Ik had al wat kortfilms en tv-werk gedaan, en er zijn in het verleden wel eens gesprekken en pogingen geweest, maar een film kwam nooit van de grond. Nu, ik heb er mijn slaap niet voor gelaten. Daarvoor doe ik mijn gewone tekenwerk nog altijd te graag. Bovendien moet je oppassen met iets té graag te willen. Daar krijg je hoofdpijn van en hoofdpijn blokkeert de creativiteit.' Waar en wanneer heb je Dino Buzatti's boek ontdekt?Lorenzo Mattotti: Dat herinner ik me niet eens meer: ik ben opgegroeid met Buzatti. Hij was een schilder, dichter, tekenaar, auteur van strips en boeken, en hij is altijd een inspiratiebron voor mij geweest. Hij schreef verhalen vol symboliek, hij schilderde mythes en legendes en er zat altijd wel iets metafysisch in zijn werk. Eigenlijk was mijn kortfilm uit Peur(s) du noir ook al door hem geïnspireerd. Ik heb alles van hem geleerd, én gejat. (lacht)Tekenaars werken alleen in hun atelier, regisseurs voeren een team aan. Was dat geen enorme aanpassing?Mattotti: Dat was een rare, maar verrijkende ervaring. Sommige politici zullen dit wellicht niet geloven, maar het kan deugd doen om eens tegengesproken te worden, om door anderen in vraag gesteld te worden. Het houdt je scherp, brengt je nieuwe inzichten bij. Als tekenaar ken ik mezelf en mijn werkmethodes onderhand misschien wel te goed. Er sluipt een zekere routine in. Hier werden alle keuzes telkens door de medewerkers bediscussieerd. Een tekening heb je ook af op een dag, maar een film maken neemt tijd in beslag. Véél tijd. Té veel tijd. (lacht) Bij lange, dure en tijdrovende projecten als dit - ik denk dat we er vier jaar aan gewerkt hebben - komt het erop aan om de focus te blijven houden. Heb je er, als debuterend regisseur, daarom voor gekozen om een bestaand verhaal te adapteren?Mattotti: (knikt) Buzatti had er zelfs al tekeningen bij gemaakt. Er was dus een grafische leidraad, en die heb ik gevolgd, maar ik heb er wel mijn eigen kleurenschema's en composities aan toegevoegd. Ik denk dat het lastig zou zijn geweest om van een blanco blad te beginnen, maar adapteren is niet hetzelfde als kopiëren. Je mag en moet het bronmateriaal naar je hand zetten. De film is flamboyante, kleurrijke en traditionele 2D-animatie, alsof je heel bewust iets tijdloos en anachronistisch hebt willen maken, tegen de heersende Disney-, Pixar- en DreamWorksstroom in.Mattotti: Ik wilde dat de film licht en organisch aanvoelde, alsof hij aan de natuur, aan het land ontsproten is. Vandaar dat ik geen pastel maar heldere, aardse kleuren heb gebruikt. Het moest een symfonie van kleur worden, van leven en energie. Er zijn intieme passages, waarin we een discreter en rustiger palet hanteren, maar voor de rest mocht en moest het knallen en bruisen. We leven in sombere tijden, dus we kunnen fantasie en kleur meer dan ooit gebruiken. Het is een remedie tegen het negativisme dat ons omringt, een verzet tegen het gebrek aan poëzie en verbeelding. We hebben ons best gedaan om alles wat iets metaalkleurig of futuristisch heeft te vermijden om de film een zo klassiek mogelijke, tijdloze look te geven. Als iemand binnen twintig jaar naar de film kijkt, hoop ik dat hij niet kan zien in welke tijd hij is gemaakt. In die van Disneys Sneeuwwitje of in die van Toy Story 6? (lacht)