Het is een oude foto die Édouard Louis in zijn hand houdt. Een zelfportret van zijn moeder Monique toen ze twintig was, een selfie avant la lettre waarop ze verleidelijk in de camera kijkt. Monique lijkt op een jonge Parisienne die een glamoureus leven tegemoetgaat. Het enige woord dat bij Louis opkomt, is 'vrijheid'. Die vrijheid, dat prachtige leven dat die foto uitstraalt, heeft Louis van haar afgepakt. Door zijn geboorte heeft hij haar toekomst geruïneerd. Zonder hem was ze misschien vroeger van haar tweede man gescheiden, zonder hem had ze misschien sneller kunnen ontsnappen aan het verstikkende dorpsleven, zonder hem had ze misschie...

Het is een oude foto die Édouard Louis in zijn hand houdt. Een zelfportret van zijn moeder Monique toen ze twintig was, een selfie avant la lettre waarop ze verleidelijk in de camera kijkt. Monique lijkt op een jonge Parisienne die een glamoureus leven tegemoetgaat. Het enige woord dat bij Louis opkomt, is 'vrijheid'. Die vrijheid, dat prachtige leven dat die foto uitstraalt, heeft Louis van haar afgepakt. Door zijn geboorte heeft hij haar toekomst geruïneerd. Zonder hem was ze misschien vroeger van haar tweede man gescheiden, zonder hem had ze misschien sneller kunnen ontsnappen aan het verstikkende dorpsleven, zonder hem had ze misschien niet in armoede en geweld geleefd. In dit geschreven moederportret probeert Louis zijn schaamte en zijn schuldgevoel daarover van zich af te schrijven. Hij woelt wrange herinneringen boven: hoe ze hand in hand naar de voedselbank wandelden, hoe Moniques ex-man haar steevast een 'dikke koe' noemde, hoe Louis uit gêne probeerde te verhinderen dat zijn moeder hem naar schoolfeestjes vergezelde. Monique had wel een droom. Ze had hotelschool gevolgd en wilde kokkin worden - 'wellicht als een uitvloeisel van de werkelijkheid om haar heen: vrouwen hadden altijd al gekookt en bediend', zo voegt Louis daar wrang aan toe. Maar een vroege zwangerschap doorkruist haar ambitie en ze wordt huismoeder terwijl haar nieuwbakken man uit werken gaat en 's avonds op café zijn pree in drank omzet. Naarmate er meer kinderen volgen, verzinkt Monique steeds dieper in de ellende zo eigen aan de grauwe banlieues. Wanneer ze eindelijk haar eerste man verlaat, ruilt ze die in voor een zo mogelijk erger exemplaar, waar nog meer drank in vloeit. Pas later, veel later, zal ze haar vrijheid en haar levenslust heroveren. Puur op wilskracht zal ze uiteindelijk nog in Parijs belanden, dicht bij haar zoon die van een gepeste puber uitgegroeid is tot een gevierd schrijver. Op een dag staat ze zelfs een sigaret te roken met Catherine Deneuve, een teder hoogtepunt in een veelal grimmig moederboek. Voor Édouard Louis staat zijn moeder symbool voor alle dappere moeders van de lagere sociale klassen, de gekneusde vrouwen die voortploeteren in een moeras van werkloosheid, kansarmoede en alcohol. Louis' boek lijkt zo wel een literaire invulling op het gedachtegoed van filosoof Didier Eribon, die met Terug naar Reims (2009) een essayistische studie maakte van de verpauperde Franse randsteden. Dat maakt zijn portret soms wat pedant - Roland Barthes uitgebreid citeren hoefde echt niet - maar daarom niet minder schrijnend en urgent.