Christopher en zijn moeder Kate zijn op de vlucht voor zijn gewelddadige stiefvader. Ze verschuilen zich in het dorpje Mill Grove, Pennsylvania. De mensen spreken er nog altijd over David, een jongen die vijftig jaar geleden verdween en nooit is teruggevonden. Achter de keurige gevels worstelen heel wat inwoners bovendien met verwoestende problemen: alcoholisme, incest of intens schuldgevoel.
...

Christopher en zijn moeder Kate zijn op de vlucht voor zijn gewelddadige stiefvader. Ze verschuilen zich in het dorpje Mill Grove, Pennsylvania. De mensen spreken er nog altijd over David, een jongen die vijftig jaar geleden verdween en nooit is teruggevonden. Achter de keurige gevels worstelen heel wat inwoners bovendien met verwoestende problemen: alcoholisme, incest of intens schuldgevoel. Kate doet er alles aan om haar zevenjarige zoon een goede scholing te geven, ook al hoort hij in de klas bij de losers: hij is niet alleen dyslectisch, hij is ook straatarm en draagt de foute kleren. Tot hij op een dag een zachte stem hoort die hem het bos in lokt. Als hij zes dagen later weer opduikt, ziet de wereld er helemaal anders, bijna paradijselijk uit: Kate wint de lotto, Christopher kan plots vlot lezen en rekenen en een denkbeeldige vriend houdt hem nu gezelschap. Die 'aardige man' geeft hem een merkwaardige opdracht. Christopher moet voor hem een boomhut bouwen. En dan is er nog de sissende dame, die Christopher meer angst aanjaagt dan wie dan ook. Is de jongen psychotisch, of is er meer aan de hand? Wat volgt, is een steeds uitzinniger verhaal waarin Mill Grove in twee kampen verdeeld raakt, en goed en kwaad honderden bladzijden lang met elkaar strijden. De apocalyptische verwijzingen liegen er niet om en in de eindstrijd openbaart de duivel zich in een mensenkind dat zij aan zij met een engel én met zijn moeder vecht om hem te overwinnen. Op datzelfde moment wordt de maagdelijke Mary Katherine zwanger en dient er zich een nieuwe heiland aan. Voor wie de Bijbel de laatste jaren wat verwaarloosd heeft of zijn ziel faustiaans toch al had verkocht, bevat De denkbeeldige vriend heel wat elementen van een groots horrorverhaal waarin de doden uit hun graf opstaan en vooral de vrouwen de handen vol hebben om de levenden én de liefde te redden. (Je kunt het boek ook lezen als een uitgesponnen metafoor over de eindtijd en heroïsche vrouwenkrachten.) Jammer genoeg gaat Stephen Chbosky ook honderden bladzijden té lang door en mist hij de verve van Stephen King om dit spectaculaire verhaal naar sublieme hoogten te tillen.