Opgroeien in het Glasgow van de jaren tachtig is geen pretje, toch niet als je in het arbeidersmilieu bent geboren. Dit is het tijdperk van Margaret 'There is no such thing as society' Thatcher, een tijdperk van massale werkloosheid, hyperinflatie, mijnsluitingen, sociale onrust en de eerste kiemen van een Schotse drugepidemie die later door Irvine Welsh literair gedocumenteerd zal worden in Trainspotting.
...

Opgroeien in het Glasgow van de jaren tachtig is geen pretje, toch niet als je in het arbeidersmilieu bent geboren. Dit is het tijdperk van Margaret 'There is no such thing as society' Thatcher, een tijdperk van massale werkloosheid, hyperinflatie, mijnsluitingen, sociale onrust en de eerste kiemen van een Schotse drugepidemie die later door Irvine Welsh literair gedocumenteerd zal worden in Trainspotting. De ietwat verwaande Agnes heeft nog een beetje geluk. Nadat ze haar eerste man gepluimd heeft, gaat ze samenwonen met Shug, een taxichauffeur die, in tegenstelling tot de werkloze kompels, wel een vast inkomen kan verzamelen. Dat Shug zijn taxi gebruikt als liefdeshotel voor zijn scharrels, wil Agnes wel door de vingers zien. En als ontkennen niet helpt, dan grijpt ze wel naar de fles gin onder het aanrecht. Haar zoontje Shuggie - niet te verwarren met haar man - adoreert haar en hangt aan haar rokken. Shuggie is anders en wordt gepest omdat hij een meisjespop meesleept. Volgens zijn halfbroer Leek wandelt hij als een mietje en moet hij die pestkoppen meer in de ballen trappen. Maar homofobie lijkt een luxeprobleem wanneer de armoede alsnog haar klauwen in het gezin zet. Agnes heeft steeds vaker een paar biertjes nodig om uit bed raken. Shug blijft nachtenlang weg. Hij is het gedoe met die zeurkinderen en die dronken del van een vrouw kotsbeu, zeker nadat ze in een delirium hun huis bijna afbrandde. Shuggies oudere halfzus Catherine zoekt al met een half oog naar de uitgang: een huwelijk zal haar redden, maakt niet uit met wie. Na een verhuis naar Pithead, een mijnwerkersgehucht waar iedereen van de dop leeft en roddelen het enige tijdverdrijf is, zinkt het gezin weg in een moeras van ellende. Tegen beter weten in hoop je als lezer dat de lieflijke Shuggie aan de miserie kan ontsnappen maar zijn schepper Douglas Stuart verzacht het leed enkel met wat wrange humor. Aanvankelijk werken die slapstickscènes nog maar hoe uitzichtlozer de situatie wordt, hoe minder grappig kinderarmoede aanvoelt. Wanneer Leek tijdens een koperdiefstal een bewaker een schedelbreuk klopt, wordt de toon grimmiger. Stuart laat zien hoe normaal extreem geweld wordt wanneer je onder de armoedegrens zakt. In die zin had Thatcher gelijk: in een egoïstisch systeem is het elk voor zich. Het Schots patois verliest in vertaling veel van zijn pluimen, maar het origineel is, net als destijds Trainspotting, voor de meesten onder ons allicht onleesbaar. Doe er uw voordeel mee. Het loont de moeite.