Shaun Ryder (59) is een sjacheraar. Voor hij eind jaren tachtig met Happy Mondays doorbrak op de golven van de Madchester-rage dealde hij xtc - op sommige avonden had hij in de roemruchte Haçienda zo veel cash op zak dat hij de manager van die club vroeg het geld even in zijn kluis te bewaren. Toen de band tijdens de opnames van vierde plaat Yes Please! op Barbados verbleef, verpatste Ryder studiomeubilair om crack te kunnen scoren. En op tournee verkochten de Mondays - met de dolgedraaide danser Bez als mascotte - naast officiële merchandise ook hun eigen namaak-T-shirts.
...

Shaun Ryder (59) is een sjacheraar. Voor hij eind jaren tachtig met Happy Mondays doorbrak op de golven van de Madchester-rage dealde hij xtc - op sommige avonden had hij in de roemruchte Haçienda zo veel cash op zak dat hij de manager van die club vroeg het geld even in zijn kluis te bewaren. Toen de band tijdens de opnames van vierde plaat Yes Please! op Barbados verbleef, verpatste Ryder studiomeubilair om crack te kunnen scoren. En op tournee verkochten de Mondays - met de dolgedraaide danser Bez als mascotte - naast officiële merchandise ook hun eigen namaak-T-shirts. Vandaag is Ryder al veertien jaar van de drugs af en gaat hij naar eigen zeggen na elk optreden naar bed nog voor de hotelbar sluit. Maar zijn schelmse rock-'n-rollverhalen blijven zijn voornaamste handelswaar. In How to Be a Rock Star klessebest hij er in sappige spreektaal en thematische hoofdstukjes op los over repetities, songs schrijven, optredens, riders, kledij, rivaliteit, drugs en... tanden ('It's the coke that fucks up your teeth rather than heroin'). Je stuit wel op overlappingen met zijn tien jaar eerder gepubliceerde memoires - al is dat laatste allicht een ongeschikte term bij iemand die beweert in vijfentwintig jaar nooit nuchter op het podium te hebben gestaan. Zelfs binnen het bestek van dit boek valt Ryder in herhaling. Niettemin kan hij uit zijn in alle denkbare drugs gesmoorde brein nog meer dan genoeg hedonistische uitspattingen en stompzinnige streken opdiepen. Over de eerste reis naar New York met Happy Mondays: 'Looking for crack cocaine was the only sightseeing me and Bez really wanted to do.' Op Barbados reden de groepsleden de volledige vloot van een autoverhuurbedrijf in de vernieling. Of neem die keer dat Ryder wakker werd in een restaurant naast twee al even naakte serveersters en een halfleeg vuurwapen. Toch betoogt de zanger en volksfilosoof dat hij net dankzij de drugs nog in leven is: anders was hij vast alcoholverslaafde geworden, en kijk maar waar dat Keith Moon (The Who) en Bon Scott (AC/DC) heeft gebracht. Verder maakt Ryder veel smakelijke vergelijkingen met Joy Division (van wie bassist Peter Hook altijd bang was dat de Mondays hem zouden beroven), The Stone Roses en Oasis. Zelfs van wat hij tussen neus en lippen lost over zijn bloedbroeder Bez zegt ('we hebben een seksloos huwelijk'), kijk je - soms fronsend - op. Ooit mocht de veertienjarige Lily Allen een avondje op Bez' kinderen passen, maar kwam hij pas drie dagen later weer thuis. 'The one thing about having a reputation is it makes you stick in people's memory', schrijft Ryder. How to Be a Rockstar biedt vermakelijke geheugensteun.