Het jaar des Heren 1468. Een eenzame ruiter jakkert zijn paard over modderige Engelse wegen. Hij is gehaast: het schemert en hij wil niet na de avondklok buitenshuis betrapt worden door de strenge sheriffs van Wessex - zelfs een man Gods ontsnapt niet aan een nachtje kerker voor het breken van die regel. Binnensmonds vloekt pater Fairfax wel. Zijn taak - ergens op het platteland een dorpspriester gaan begraven - past niet bij zijn ambitie om de klerikale ladder te beklimmen, maar als de bischop beveelt, dan knik en kniel je nederig.
...