Het jaar des Heren 1468. Een eenzame ruiter jakkert zijn paard over modderige Engelse wegen. Hij is gehaast: het schemert en hij wil niet na de avondklok buitenshuis betrapt worden door de strenge sheriffs van Wessex - zelfs een man Gods ontsnapt niet aan een nachtje kerker voor het breken van die regel. Binnensmonds vloekt pater Fairfax wel. Zijn taak - ergens op het platteland een dorpspriester gaan begraven - past niet bij zijn ambitie om de klerikale ladder te beklimmen, maar als de bischop beveelt, dan knik en kniel je nederig.
...

Het jaar des Heren 1468. Een eenzame ruiter jakkert zijn paard over modderige Engelse wegen. Hij is gehaast: het schemert en hij wil niet na de avondklok buitenshuis betrapt worden door de strenge sheriffs van Wessex - zelfs een man Gods ontsnapt niet aan een nachtje kerker voor het breken van die regel. Binnensmonds vloekt pater Fairfax wel. Zijn taak - ergens op het platteland een dorpspriester gaan begraven - past niet bij zijn ambitie om de klerikale ladder te beklimmen, maar als de bischop beveelt, dan knik en kniel je nederig. Fairfax wordt met gepaste argwaan én eerbied ontvangen door de lokale paupers en de begrafenis lijkt een koud kunstje te worden, tot hij in de bibliotheek van de dode priester een reeks verboden boeken ontdekt. Boeken die op de brandstapel thuishoren. Boeken over de Ouden, over hun verderfelijke cultuur en hun godslasterlijke gewoontes. Boeken over de pre-Apocalyptische tijd. De priester hield zich duidelijk bezig met ketterse praktijken. Als amateurarcheoloog speurde hij de heuvels af op zoek naar artefacten uit de Oude Tijd en zijn vitrinekast ligt vol verboden vondsten, sommige zelfs gemarkeerd met het blasfemische symbool van de gebeten appel. Omdat er aanwijzingen zijn dat meerdere dorpsgenoten deel uitmaakten van een occult genootschap, stelt Fairfax een onderzoek in. Maar wie het Kwaad nadert, kan ermee besmet worden en tijdens zijn queeste komt Fairfax meermaals in conflict met zijn geloof én zijn geloftes. Wie waren die Ouden eigenlijk, en waarom wil de kerk de restanten van hun beschaving koste wat het kost vernietigen? Laat u niet in de luren leggen: Robert Harris schrijft nooit zomaar een thriller. Zijn spannende romans, of ze nu historisch zijn of niet, bevatten altijd een waarschuwing voor hedendaagse lezers. Eerder al illustreerde hij met zijn Cicero-reeks hoe snel de democratie ten prooi kan vallen aan de machtswellust van demagogen en in De officier waarschuwde hij voor oprukkende Jodenhaat. De tweede slaap is ook niet de zoveelste middeleeuwse detective - wie kent broeder Cadfael nog? - maar een sluw spel waarin heden en verleden door elkaar gehaspeld worden. Waarom woedt er een oorlog met Schotland? Waren er Moren aanwezig in het Engeland van de vijftiende eeuw? De titel verwijst niet alleen naar de oude gewoonte om de nachtrust in twee periodes op te delen, Harris doelt ook op ons tijdperk en hoe we ons in slaap laten wiegen door onze hoogmoed. Een thriller die geen slacht of seriemoordenaars nodig heeft om je wakker te houden: opnieuw knap gedaan van Robert Harris.