Alsof ze een griezelfilm is binnengestapt, zo voelt Vesta Gul zich. Het is nochtans maar een briefje dat ze midden in het bos heeft gevonden, een klein stukje papier met daarop een halve bekentenis: Magda is vermoord en ze ligt hier begraven. Maar de auteur beklemtoont ook zijn onschuld: ik heb het niet gedaan, echt niet.
...

Alsof ze een griezelfilm is binnengestapt, zo voelt Vesta Gul zich. Het is nochtans maar een briefje dat ze midden in het bos heeft gevonden, een klein stukje papier met daarop een halve bekentenis: Magda is vermoord en ze ligt hier begraven. Maar de auteur beklemtoont ook zijn onschuld: ik heb het niet gedaan, echt niet. Vesta denkt aanvankelijk aan een grap maar terwijl ze met haar trouwe hond Charlie haar boswandeling voortzet, slaat haar fantasie aan. Nu ze erover nadenkt, beseft ze dat ze hier alleen woont, omringd door wouden - haar dichtste buren wonen mijlenver -, dat zij de enige is die hier wandelt en dat de boodschapper het briefje speciaal voor haar heeft achtergelaten. Ze is dan wel een fragiele weduwe die de tachtig nadert, maar ze is eerder nieuwsgierig dan bang. Wijlen haar man Walter mocht dan wel spotten met haar fascinatie voor Agatha Christie maar al die detectiveromans komen haar nu goed van pas. Vesta wil uitzoeken wie Magda was en of er een bijlmoordenaar door haar bossen sluipt - en zal die zich zomaar laten vatten? Van zodra Vesta haar speurneus opzet, gebeuren er bovendien nog rare dingen. Haar tuin raakt omgewoeld, haar hond verdwijnt en in de lokale bibliotheek duiken geheimzinnige boodschappen op. Heeft literair talent Ottessa Moshfegh nu een weekendthriller geschreven? Ja. En neen. Aan spanning geen gebrek in De dood in haar handen - als een bloedhond jaag je mee met Vesta - maar het echte taalspel bevindt zich tussen de regels. Moshfegh dolt met het thrillergenre en voegt er een postmoderne laag aan toe. Een paar lagen zelfs. Gaandeweg ga je twijfelen aan Vesta - veel plausibele verdachten zijn er niet, en hoe bizar dat ze plots een stiletto in haar eigen schuif ontdekt. En is het toeval dat haar man een fenomenoloog was, een die vooral gefascineerd was door de verschijningsvorm van zijn studentes en existentiële vragen stelde over de inhoud van hun slipje? De fenomenologie wantrouwt de realiteit en onderzoekt ons intuïtieve denken, en Vesta lijkt slachtoffer te worden van haar fantasie. Ze projecteert haar onderzoek op de werkelijkheid en raakt, samen met de lezer, verstrikt in haar eigen verhaallijnen. Mocht het niet zo'n gruwelijke term zijn, je zou De dood in haar handen als 'een filosofische thriller' kunnen bestempelen. Gewoon 'een belachelijk goed boek' kan ook.