Je houdt het, anno 2018, amper nog voor mogelijk: welopgeleide studenten die er ondanks de stortvloed aan Canvas-documentaires, stampvolle universiteitsbibliotheken en eindeloze internetbronnen nog in slagen de gruwel van WO II te ridiculiseren. Die vrouwenhaat en racisme propageren, het cool vinden om met de shoah te spotten en daar, eenmaal betrapt en aan de schandaal genageld, verongelijkt over gaan doen. Terwijl Vlaanderen wegzonk in plaatsvervangende schaamte, hielden partijbonzen hun poulains een zalvende hand boven het hoofd - het zijn maar spotprenten, iedereen heeft recht op een mening en ach, gaan we dat een privémilitie ...

Je houdt het, anno 2018, amper nog voor mogelijk: welopgeleide studenten die er ondanks de stortvloed aan Canvas-documentaires, stampvolle universiteitsbibliotheken en eindeloze internetbronnen nog in slagen de gruwel van WO II te ridiculiseren. Die vrouwenhaat en racisme propageren, het cool vinden om met de shoah te spotten en daar, eenmaal betrapt en aan de schandaal genageld, verongelijkt over gaan doen. Terwijl Vlaanderen wegzonk in plaatsvervangende schaamte, hielden partijbonzen hun poulains een zalvende hand boven het hoofd - het zijn maar spotprenten, iedereen heeft recht op een mening en ach, gaan we dat een privémilitie noemen? In afwachting van het gerechtelijk onderzoek kunnen alle betrokkenen bij wijze van strafstudie misschien De reiziger lezen. Deze herontdekte roman vertelt het verhaal van Otto Silbermann, die in 1938 op een haar na ontsnapt aan de pogroms. Terwijl de SA op zijn deur staat te bonzen, moet hij noodgedwongen zijn huis verkopen en wordt hij door zijn zakenpartner afgeperst. Silberman belandt op straat met een koffer vol geld én een paspoort met een rode J in gebrandmerkt. Zijn enige voordeel: hij ziet er volgens zijn zogenaamde vrienden best arisch uit. Dus weet hij langs de nazi's te glippen en treint hij Duitsland door. Maar hij kan nergens heen en zijn duizenden marken zijn waardeloos want Joods geld is besmet. 'Duitsland is één groot concentratiekamp geworden', mijmert hij op het zoveelste perron. Toch blijft hij in de mensheid geloven; de roman van Boschwitz is een aaneenrijging van gesprekken waarin alle lagen van de Duitse bevolking hun zeg mogen doen. Medelijden, apathie, Jodenhaat: het komt allemaal aan bod en zo schetst Boschwitz op een ongedwongen manier een grimmige tijdgeest die onthutsend veel op de onze lijkt. Xenofobie, nepnieuws, ontmenselijking, victimshaming: het is té herkenbaar en het stemt pessimistisch. Hoe vermijden we dat er in 2038 opnieuw zwarthemden door de straten marcheren? Hoe stoppen we politici die minderheden schofferen, puur om het electoraal gewin? Hoe zorgen we dat jonge burgers kritisch leren omgaan met fake news en complottheoriëen? Hoe zorgen we dat wij de ander weer als mens leren zien, en niet als concurrent in een ratrace? Het antwoord moet ergens in de geschiedenis liggen, en in boeken als De reiziger die getuigenis afleggen van onze donkerste kanten. Jammer en beschamend dat het nog gezegd moet worden, maar dit is noodzakelijk leesvoer.