Nadat haar man onverwacht is overleden, wacht Miyuki de zware taak om zijn laatste opdracht tot een goed einde te brengen: de twintig sierkarpers die hij gevangen heeft vanuit hun uithoek van Japan naar Heian-kyo brengen, de toenmalige hoofdstad, tegenwoordig bekend als Kyoto. En dat is geen makkie een kleine duizend jaar geleden: de reis moet te voet gebeuren, en twee rieten manden met twintig karpers op je schouders torsen is voor de frêle Miyuki niet vanzelfsprekend. Maar het moet: niet alleen haar eer als weduwe staat op het spel, ook die van het dorp, dat als hofleveranci...

Nadat haar man onverwacht is overleden, wacht Miyuki de zware taak om zijn laatste opdracht tot een goed einde te brengen: de twintig sierkarpers die hij gevangen heeft vanuit hun uithoek van Japan naar Heian-kyo brengen, de toenmalige hoofdstad, tegenwoordig bekend als Kyoto. En dat is geen makkie een kleine duizend jaar geleden: de reis moet te voet gebeuren, en twee rieten manden met twintig karpers op je schouders torsen is voor de frêle Miyuki niet vanzelfsprekend. Maar het moet: niet alleen haar eer als weduwe staat op het spel, ook die van het dorp, dat als hofleverancier van belastingkorting geniet. In keizerlijke ongenade vallen zou het failliet van haar gemeenschap betekenen. Miyuki's voettocht wordt een ware queeste. Ze krijgt te maken met plunderende piraten, grijpgrage monniken, dievegges die in haar sierkarpers wel een lekker hapje zien, aardbevingen, een bordeelhoudster die haar courtisanes bij wijze van straf optakelt en geselt, en een shintopriester die haar wijze raad geeft. Ondertussen wacht Nagusa Watanabe, directeur van Tuinen en Vijvers, in de hoofdstad op de komst van zijn nieuwe vissen terwijl hij een door de keizer uitgeschreven geurwedstrijd probeert te winnen - 'Breng me het aroma van een juffer die in de ochtendnevel een brug oversteekt', is de heikele opdracht. Vissen voor de keizer had makkelijk de zoveelste goodread kunnen worden, het perfecte boek voor naaikransjes en bedaagde leesgroepjes maar hoewel je de Franse auteur Decoin zeker wat behaagzucht kunt aanwrijven, verbluft hij met zijn zinnelijke beschrijvingen van het oude Japan. Het schrille contrast tussen het harde boerenleven en de geritualiseerde hofhouding, tussen de erotische fantasieën van Miyuki en de bizarre fetisjen van Nagusa, tussen de wrede natuur en het gekonkel onder geisha's in het keizerlijke paleis, Decoin vat het allemaal in uiterste gestileerde en bedwelmende alinea's. Twaalf jaar heeft hij aan deze roman gewerkt en dat is eraan te merken. Zijn research is imposant - ooit nagedacht over hoe kraanvogels dansen of over hoeveel lagen zijde er in de kledij van een keizerlijke hofdame gaan? - Decoin heeft al die kleine feitjes subtiel in zijn tekst verweven en vermijdt zo het gevoel dat je een gortdroge geschiedenisles opgelepeld krijgt. Een pluim ook voor uitgeverij Meulenhoff, die dit boek nog eens lekker ouderwets - gebonden, harde kaft, kloek papier - op de markt brengt.