Eigenlijk moet Leslie Jamison aan haar roman over de sandinistische revolutie werken. Het is nacht, haar werkkamer hangt vol met research over Nicaragua, de cursor knippert geduldig, maar ze raakt niet verder dan wat dronken gebral. Wanneer haar vriendje Dave poolshoogte komt nemen, toont ze hem de bron van haar writer's block: een koffiebeker, tot de rand gevuld met bourbon. Een gebaar waar de machteloosheid van afdruipt. Ze beseft dat haar drankverbruik problematisch is geworden maar kan er niet aan weerstaan. Ze móét nog een slok. En dan nog één.
...

Eigenlijk moet Leslie Jamison aan haar roman over de sandinistische revolutie werken. Het is nacht, haar werkkamer hangt vol met research over Nicaragua, de cursor knippert geduldig, maar ze raakt niet verder dan wat dronken gebral. Wanneer haar vriendje Dave poolshoogte komt nemen, toont ze hem de bron van haar writer's block: een koffiebeker, tot de rand gevuld met bourbon. Een gebaar waar de machteloosheid van afdruipt. Ze beseft dat haar drankverbruik problematisch is geworden maar kan er niet aan weerstaan. Ze móét nog een slok. En dan nog één. Amper eenentwintig is Jamison wanneer ze tot de befaamde Iowa Writers' Workshop wordt toegelaten, een schrijversopleiding waar titanen als Raymond Carver, John Cheever en Philip Roth opgekweekt werden. De lessen vinden niet alleen plaats in universiteitslokalen, Iowa staat bekend om zijn literaire bars - de dichter John Berryman was makkelijker aan de toog te vinden dan in de faculteit. Jamison dompelt zich onder in het nachtleven, gefascineerd door de liters sterke drank die geniale verzen zouden aanvuren. Het loopt fout af: ze wordt verkracht - ze is te lam om nee te zeggen - en daarna volgen dronken valpartijen, sloten gin, black-outs, epische ruzies, te veel coke, te veel braaksel, te weinig inkt. Ze beseft dat ze de bodem bereikt heeft en schoorvoetend trekt ze naar de AA, waar ze de twaalf stappen waggelend aflegt. Jamison goot haar leven als jonge verslaafde in een lijvig, essayistisch boek, waarin ze de schrijnende passages over haar drankgebruik afwisselt met een diepgravend onderzoek naar de grote literaire mythe dat schrijven en alcohol onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zelf vreest ze dat haar drooglegging ook de bron van haar woorden zal dempen, een angst waar ook haar favoriete dichter Berryman mee kampte, maar als je leest hoe die laatste zichzelf meermaals en publiekelijk van zattigheid onderscheet, is de glorie van het genie toch ver te zoeken. Hoewel haar research indrukwekkend is, behoudt Jamison niet altijd het evenwicht. De anekdotes over haar wankele relatie met Dave zijn soms ronduit melig, en haar verslag van de AA-meetings lees je met desinteresse. Dat beseft ze zelf. Meermaals schrijft ze dat verslaving saai is, en ontwenning zo mogelijk nog saaier. Als je het doet om dronken te worden, en je lever ondertussen gewend is aan een paar flessen, is drinken niet meer dan een tijdrovende klus. En je gaat er echt niet beter van schrijven. Het bewijs? Haar Nicaragua-roman ligt ondertussen in de vuilnisbak, boven op de lege flessen.