Een oorlog begint pas wanneer de laatste vredesconferentie mislukt. Dus vliegt de Britse premier Neville Chamberlain eind 1938 met zijn delegatie naar München in de hoop Adolf Hitler op andere gedachten te brengen. De Führer wil na Oostenrijk ook delen van Tsjecho-Slowakije annexeren, officieel omdat daar rasechte Duitsers bevrijd moeten worden, officieus omdat extra territorium hem militair goed uitkomt. Chamberlain hoopt op een vredevolle annexatie, ook omdat hij zich, amper twintig jaar na WO I, geen nieuwe oorlog kan permitteren: de Engelse luchtmacht is nog niet paraat en i...

Een oorlog begint pas wanneer de laatste vredesconferentie mislukt. Dus vliegt de Britse premier Neville Chamberlain eind 1938 met zijn delegatie naar München in de hoop Adolf Hitler op andere gedachten te brengen. De Führer wil na Oostenrijk ook delen van Tsjecho-Slowakije annexeren, officieel omdat daar rasechte Duitsers bevrijd moeten worden, officieus omdat extra territorium hem militair goed uitkomt. Chamberlain hoopt op een vredevolle annexatie, ook omdat hij zich, amper twintig jaar na WO I, geen nieuwe oorlog kan permitteren: de Engelse luchtmacht is nog niet paraat en in de coulissen staat politiek rivaal Winston Churchill klaar om het premierschap over te nemen, en die heeft minder vertrouwen in de vredevolle bedoelingen van Hitler. Vier dagen duurt de conferentie en Robert Harris brengt minutieus verslag uit van de onderhandelingen. Eerder bewees de Britse schrijver al dat hij historische gebeurtenissen levendig op papier kan krijgen: hoewel zijn boeken in de categorie fictie vallen, leest zijn werk als een documentaire. Harris bedient zich daarbij slim van literaire trucjes. Zo zijn zijn vertellers meestal figuren aan de zijlijn. Bij zijn Rome-reeks over Cicero bracht een slaaf verslag uit van het wedervaren van de beroemde redenaar die Caesar bekampte. Hier kiest hij voor twee secretarissen, een Brit en een Duitser, die elk om beurt getuige zijn van de historische ontmoetingen tussen Chamberlain, Hitler, Mussolini en Daladier, de toenmalige Franse premier. Op de kaft van Harris' boeken prijkt ook telkens de gruwelterm 'literaire thriller', maar dat mag op het conto van de promotiedienst worden geschreven. Ondanks het ragfijne spionagelijntje is er niets spannends aan München 1938, ook al omdat iedereen weet hoe het afloopt. Chamberlain werd in die tijd als een pacifistische held onthaald, maar feitelijk was de vredesconferentie van München één grote mislukking. Hitler kreeg zijn annexatie in ruil voor een symbolische belofte om verdere oorlogsdaden te vermijden. Hoogstens bekwam Chamberlain strategisch uitstel, wat de Britten wat tijd gunde om hun militaire apparaat te versterken. Harris weet zijn thematiek altijd goed te kiezen. Niet toevallig kon je de Cicero-reeks (2006-2015) lezen als een commentaar op het bewind van Berlusconi, en met De officier (2014), een hervertelling van de Dreyfus-affaire, leek hij te waarschuwen voor het groeiend antisemitisme in Europa. Hoeft het te verbazen dat hij in tijden van verrechtsing en brutale retoriek plots een boek uitbrengt over de jaren dertig? Wanneer de hoofdpersonages een ommetje maken langs Dachau, kent u meteen het antwoord.