Elke dag kan haar laatste zijn. Nu ze ongeveer negentig is - een precieze leeftijd is op die leeftijd belangrijk noch welvoeglijk voor een dame - besluit Beryl Dusinbery, aka De Prinses, een lijst van haar minnaars op te maken. Hun alfabetisch gerangschikte bedprestaties moeten haar geheugen stutten, want dat hapert de laatste tijd. En in die rangorde moeten een paar vaders opgenomen worden - drie zonen heeft ze, naar het schijnt, en als er erfenissen verdeeld worden, dan kan ze maar beter de juiste bloedlijnen hanteren. Miss Dusinbery, weduwe van beroep, brengt de rest van haar oude...

Elke dag kan haar laatste zijn. Nu ze ongeveer negentig is - een precieze leeftijd is op die leeftijd belangrijk noch welvoeglijk voor een dame - besluit Beryl Dusinbery, aka De Prinses, een lijst van haar minnaars op te maken. Hun alfabetisch gerangschikte bedprestaties moeten haar geheugen stutten, want dat hapert de laatste tijd. En in die rangorde moeten een paar vaders opgenomen worden - drie zonen heeft ze, naar het schijnt, en als er erfenissen verdeeld worden, dan kan ze maar beter de juiste bloedlijnen hanteren. Miss Dusinbery, weduwe van beroep, brengt de rest van haar oude dag door met het sarren van haar buitenlandse verzorgsters en het borduren van morbide spreuken. Daar komt verandering in wanneer Shimi Carmelli traag maar zeker haar leven binnenschuifelt. Shimi geldt bij het lokale weduwenkransje als de laatste begeerlijke vrijgezel: altijd piekfijn gekleed, welbespraakt en, zeer belangrijk, nog steeds in het bezit van trilvrije handen. Inwendig gaat Carmelli gebukt onder een oude schaamte - iets met vrouwenlingerie - maar naar de buitenwereld toe pakt hij uit met zijn fenomenale geheugen en talent voor cartomantie. Met andere woorden: hij voorspelt de toekomst door kaart te leggen. Gezien de ouderdom van zijn clientèle, een stelletje bejaarden dat elke week bij de lokale Chinees samenkomt, is dat best een precaire bezigheid: je kunt niet veel grootse avonturen en nieuwe liefdes voorspellen als de dood je klanten in de nek hijgt. Het is zijn dode broer Ephraim die nieuw leven door zijn verkalkte hart blaast. Ephraim blijkt de spil waarrond Carmelli en Dusinbery aan een krakerig rondedansje beginnen. Staat Ephraim op haar lijst? Veinst Dusinbery daarom vergetelheid wanneer ze samen met Carmelli op een bankje in het park uitrust van een rollatortochtje? Howard Jacobson wordt soms gemakzuchtig als de 'Engelse Philip Roth' omschreven. Zeker, met zijn Amerikaanse collega deelt hij de spitse dialogen en het inzicht in diepmenselijke zielenroerselen, en er wandelt al eens een Joods personage over de pagina's, maar het verschil zit hem in Jacobsons feilloze humor. Zijn romans hebben altijd een vrolijke ondertoon, wars van doemdenkerij. Ook in Leef een beetje! wordt duchtig gespot met de dood en de voorafgaande ouderdom, zonder dat het sarcasme een teder liefdesverhaal in de weg staat. Lachen met bejaarden en hun kwaaltjes, dementie en een haperende prostaat incluis, voor één keer mag het. Zij het niet te luid, want als alles goed gaat, staat het ons ook te wachten.