'Schaken is een grotere verkwisting van menselijke intelligentie dan er waar dan ook buiten de reclamebureaus te vinden is.' Geinig en vilein gezegd van Raymond Chandler. Enigszins verrassend: schaakgrootmeester en filosoof Jonathan Rowson geeft Chandler ten dele gelijk. Schaken is bloedserieuze denksport maar als de koning eenmaal geslagen is, is er niets veranderd in de wereld. Het blijft een bordspelletje waar je belachelijk veel denkkracht aan kunt verspillen. Daar is Rowson zich van bewust en in De juiste zet probeert hij te achterhalen waarom hij toch verslingerd blijft aan die vierenzestig zwarte en witte vak...

'Schaken is een grotere verkwisting van menselijke intelligentie dan er waar dan ook buiten de reclamebureaus te vinden is.' Geinig en vilein gezegd van Raymond Chandler. Enigszins verrassend: schaakgrootmeester en filosoof Jonathan Rowson geeft Chandler ten dele gelijk. Schaken is bloedserieuze denksport maar als de koning eenmaal geslagen is, is er niets veranderd in de wereld. Het blijft een bordspelletje waar je belachelijk veel denkkracht aan kunt verspillen. Daar is Rowson zich van bewust en in De juiste zet probeert hij te achterhalen waarom hij toch verslingerd blijft aan die vierenzestig zwarte en witte vakjes. Ligt het aan de concentratiedwang? De metaforische oorlog die je in vrede uitvecht met een medemens? Het escapisme van complexe doch nutteloze problemen? Zet per zet analyseert Rowson zijn schaakleven. Het studeerwerk, de eenzame routine van hotelkamers en internationale toernooien, de frustratie wanneer je van het bord geveegd wordt door een sterkere speler, de euforie wanneer je een wereldkampioen in de tang kunt nemen. De vermakelijke schaakanekdotes bieden telkens een opening om dieper na te denken over het leven en dat levert interessante inzichten op. De remise is alvast een mooi voorbeeld. In schaken kun je je tegenstander een gelijkspel aanbieden, en dat is best absurd. Dergelijk staakt-het-vuren zou in het voetbal onmogelijk zijn: het is 0-0 met nog een half uur op de klok en beide trainers besluiten er de brui aan te geven en de punten te delen? Met zo'n regel zou geen enkele supporter nog een toegangskaartje kopen. Toch schuilt er een schoonheid in de remise: elkaars kracht aanvaarden en de vijandelijkheden staken, daar kan de wereld iets van leren. Het siert Rowson dat je geen schaakfanaat hoeft te zijn om hem te kunnen volgen. Wie op geheime schaaktips hoopt, is er trouwens aan voor de moeite. Evenmin is De juiste zet een zweverig zelfhulpboek. Rowson komt met doortimmerd denkwerk en legt brede verbanden. In één paardensprong kan hij van filosoof Martin Heidegger naar schaakgrootmeester Magnus Carlsen hoppen. Of hij legt uit waarom schaken tijdens de Koude Oorlog zo belangrijk was dat Henry Kissinger er zich mee ging bemoeien. Rowson schuwt de heikele thema's niet. Heeft het overmatig gebruik van schaakcomputers het spel niet onttoverd? En waarom dringen vrouwen zo moeilijk door tot de wereldtop? Antropologe Margaret Mead varieert bij wijze van antwoord knap op Raymond Chandler: 'Vrouwen kunnen wel leren om net zo goed te schaken als mannen, maar waarom zouden ze?'