'Ik weet dat mijn liefhebberij niet bijster origineel is, zij is eigenlijk net zo gewoon als het verzamelen van porseleinen beeldjes of postzegels': de Mexicaanse schrijfster Jazmina Barrera onderkent de banaliteit van haar verzamelwoede. Haar collectie vuurtorens behelst niet meer dan wat kitscherige souvenirs, een schraal surrogaat voor haar droom: de trotse eigenaar van een echte vuurtoren worden. Dat is haast onmogelijk. De meeste vuurtorens zijn in het bezit van nationale overheden, en zelfs al mocht ze er een verwerven, dan zou een wrede paradox haar deel zijn. Wie een vuurtoren koopt, moe...

'Ik weet dat mijn liefhebberij niet bijster origineel is, zij is eigenlijk net zo gewoon als het verzamelen van porseleinen beeldjes of postzegels': de Mexicaanse schrijfster Jazmina Barrera onderkent de banaliteit van haar verzamelwoede. Haar collectie vuurtorens behelst niet meer dan wat kitscherige souvenirs, een schraal surrogaat voor haar droom: de trotse eigenaar van een echte vuurtoren worden. Dat is haast onmogelijk. De meeste vuurtorens zijn in het bezit van nationale overheden, en zelfs al mocht ze er een verwerven, dan zou een wrede paradox haar deel zijn. Wie een vuurtoren koopt, moet namelijk vuurtorenwachter worden en dat is een vorm van gevangenschap: je kunt niet zomaar even het licht doven om op vakantie te gaan. Zo'n gebouw komt met een zware verantwoordelijkheid. Schepen rekenen op je gidsend licht, drenkelingen op je reddend oog. 'Trouwens, als zijn licht zou worden verduisterd, herleid je een vuurtoren tot een stenen huls', zo voegt Barrera eraan toe. Zes vuurtorens bezoekt Barrera in haar essaybundel. Zes bakens die telkens als houvast dienen voor haar diepzinnige gedachten. In Newport, waar het Yaquina Head Lighthouse staat, verblijft ze bovendien in het Sylvia Beach Hotel, waar elke kamer aan een beroemde auteur gewijd is. Dat biedt haar de kans om door haar boekenkast te reizen, op zoek naar collega's die haar vreemde fascinatie delen. To the Lighthouse van Virginia Woolf is natuurlijk een van haar koesterboeken, maar helaas is de Woolfkamer bezet en moet ze het stellen met Edgar Allan Poe, die in een van zijn laatste onafgewerkte verhalen een vuurtorenwachter de stuipen op het lijf joeg. Barrera's analyses leveren telkens verhelderende literaire essays op. Bondig vertelt ze over de verhouding tussen zee en toren, tussen water en steen, duisternis en licht. Pas op het einde lost ze meer emotie en begrijp je plots waarom ze net door vuurtorens zo geobsedeerd is - wie verliefd is op een reddingsboei, zwalpt op een zee van verdriet. Op een balustrade waar ze uitkijkt over de lonkende zee voel je het zwart groeien: zo'n toren is per definitie hoog genoeg, en de kliffen beneden zijn voldoende scherp om zelfs het sterkste lijf aan stukken te rijten. Barrera bedenkt zich, maar eindigt haar voorlaatste essay met een ode aan Yukio Mishima, de Japanse schrijver die na het voltooien van zijn tetralogie seppuku pleegde. Schrijven op het scherp van de snee noemen ze dat, en Vuurtorenberichten behoort nu al tot de klassiekers, net als Mishima's oeuvre.