'Gecorrigeerd voor inflatie kenden de meeste Amerikaanse werknemers tussen 1978 en 2016 een bescheiden 11,7 procent groei van hun reële salaris, terwijl CEO's een inkomensstijging van 937 procent kenden.'
...

'Gecorrigeerd voor inflatie kenden de meeste Amerikaanse werknemers tussen 1978 en 2016 een bescheiden 11,7 procent groei van hun reële salaris, terwijl CEO's een inkomensstijging van 937 procent kenden.' Het is een droog zinnetje waarmee antropoloog James Suzman de inkomensongelijkheid aanklaagt en wie het herleest, kan enkel in woede ontvlammen, zeker als je het achterliggende verhaal over de loonkloof leest. Veel politici zullen de exuberante lonen van topmanagers verdedigen met de boutade 'dat talent nu eenmaal schaars is, en anders bij de concurrent aan de slag gaat'. Dat blijkt lulkoek, een hoax die in 1998 verzonnen werd door het consultancybureau McKinsey & Company dat met dreigende nieuwsbrieven bedrijven waarschuwde voor een komende war on talent. Geen paniek, want, toeval o toeval, dat felbegeerde talent kon McKinsey wel aanleveren, mits de juiste prijs. De hele neoliberale elite trapte er netjes in en hield de meritocratische mythe daarna uit eigenbelang braaf in stand. In Werk, zijn uitgebreide wereldgeschiedenis van de bezige mens, bekijkt Suzman onze economische activiteiten vanuit antropologisch en sociologisch standpunt, en dat levert vaak verfrissende inzichten op. Hoewel de agrarische evolutie bijvoorbeeld altijd als vooruitgang wordt bestempeld, blijken de 'primitieve' jager-verzamelaars veel efficiënter te werken: jagers spenderen minder energie, houden meer vrije tijd over en reageren beter op klimatologische rampen dan hun agrarische medemensen. Landbouw verspilt in verhouding ook veel meer grondstoffen en de ecologische kost van bijvoorbeeld de industriële veeteelt wordt zelden meegerekend in de eindprijs. Suzman gaat grondig te werk en bouwt zijn analyse sterk op. Soms berijdt hij té graag zijn stokpaardjes - tien pagina's over het mysterie van de vuistbijl zijn er negen te veel -, maar net door die wetenschappelijke rigueur komen zijn conclusies des te harder aan. Suzman doorprikt heel wat fabeltjes die economen graag verspreiden en eindigt met de grimmige voorspellingen die in 1972 aan de Club van Rome werden voorgelegd. Systeemwetenschapper Dennis Meadows waarschuwde het kransje industriëlen en politici toen al: er zijn grenzen aan de groei en als we het roer niet omgooien, dreigt onze planeet onbewoonbaar te worden. Meadows werd weggelachen en de Club van Rome zwakte zijn adviezen af, maar in 2002 werden zijn conclusies opnieuw bevestigd door een onafhankelijk team wetenschappers. Enig verschil: nu is het waarschijnlijk te laat. En opnieuw zijn de droge jaartallen een doorn in het oog. 1972 en 2002. Tijd om werk te maken van de woede.