Een pooltafel, centerfolds aan de muur, een joekel van een flatscreen met een PlayStation eronder, de verzamelde FIFA's incluis, een Smeg vol Jupiler en wat studentenmeubilair: ziedaar de doorsneemancave. Niet zo bij timmerman Tormod Blystad. Niet alleen heeft hij eigenhandig de gezinswoning gebouwd, hij voegde er een waar laboratorium aan toe, volgestouwd met werkbanken, 3D-printers en hoogtechnologische snufjes waar de gemiddelde industriële ingenieur jaloers op zou zijn. Ja, Tormod heeft het gehaald, ondanks zijn turbulente jeugd. In zijn tienerjaren dreigde hij op het verkeerde pad te belanden. Onder invloed van zijn drinkebroer Espen raakte h...

Een pooltafel, centerfolds aan de muur, een joekel van een flatscreen met een PlayStation eronder, de verzamelde FIFA's incluis, een Smeg vol Jupiler en wat studentenmeubilair: ziedaar de doorsneemancave. Niet zo bij timmerman Tormod Blystad. Niet alleen heeft hij eigenhandig de gezinswoning gebouwd, hij voegde er een waar laboratorium aan toe, volgestouwd met werkbanken, 3D-printers en hoogtechnologische snufjes waar de gemiddelde industriële ingenieur jaloers op zou zijn. Ja, Tormod heeft het gehaald, ondanks zijn turbulente jeugd. In zijn tienerjaren dreigde hij op het verkeerde pad te belanden. Onder invloed van zijn drinkebroer Espen raakte hij verslingerd aan alcohol en speed maar gelukkig kon zijn jeugdliefje Siv hem redden. Nu leidt Tormod het perfecte leven in suburbia. En hoewel hij zielsveel van zijn twee kinderen houdt, moet hij toegeven dat de sleur hem toch te pakken heeft gekregen. Siv is uitgedijd tot een vervelende xantippe en die kinderen, tja, die leven in hun eigen puberbubbel. Steeds vaker trekt hij zich terug in zijn atelier, waar hij met een 'intelligente klei' experimenteert, een soort plasticine die zelfstandig allerlei vormen kan aannemen en zich met wifisignalen voedt. Algauw kan de klomp hem bijstaan bij simpele karweien en even later fungeert de flexibele massa zelfs als hulpkok. Onrustwekkend detail: het is de verderfelijke Espen die Tormod de klei aanleverde. Nog onrustwekkender: het kneedsel begint zich dwars te gedragen en dringt zich zelfs op aan Tormods dochter. In het dorp gonst het van de geruchten. Iemand heeft 's nachts een trol gezien, boeren ontdekken dieren zonder vacht en wanneer kinderhoofden kaalgevreten worden, beseft Tormod dat hij zijn eigen monster van Frankenstein geschapen heeft. Dat klinkt als het gammele scenario van een B-film met Nicolas Cage, en hoewel de insteek openlijk refereert aan de Joodse golemmythe, raakt de Noorse schrijver Matias Faldbakken makkelijk weg met het van de pot gerukte verhaal. Dat is voornamelijk te danken aan het verschroeiende tempo. Faldbakken scheurt in volle vaart richting het gruwelijke slot en de lezer krijgt amper tijd om kritische vragen te stellen. Best uitzonderlijk én verslavend, deze omkering van het schrijversadagium 'show, don't tell'. Faldbakken gooit alle ballast - sfeerschepping, dialogen, stijl, dat soort ongein - overboord en voorziet de tekst van regieaanwijzingen, liever dan een actie of locatie voluit te beschrijven. Op het eind duidt hij zelfs de symboliek van zijn eigen verhaal, zodat dat je niet zelf hoeft te gissen naar de mythologische achtergronden. Toch deert dat niet. Tegen dan heb je Wij zijn met vijf al lang uitgelezen en zit je rusteloos te wachten op de Netflix-adaptatie.