Een man verhuist van een grote stad naar een afgelegen dorp dat vlak bij een grens ligt. Hij heeft de ballast uit zijn leven gesneden. Zonder verpinken heeft hij de helft van zijn boeken verkocht, niet enkel uit plaatsgebrek maar ook om 'op zichzelf te blijven vertrouwen'. Die verloren romans wonen namelijk in zijn geheugen en hij verkiest zijn eigen mentale beelden boven de juiste citaten. De blik naar binnen richten, dat is de bedoeling.
...

Een man verhuist van een grote stad naar een afgelegen dorp dat vlak bij een grens ligt. Hij heeft de ballast uit zijn leven gesneden. Zonder verpinken heeft hij de helft van zijn boeken verkocht, niet enkel uit plaatsgebrek maar ook om 'op zichzelf te blijven vertrouwen'. Die verloren romans wonen namelijk in zijn geheugen en hij verkiest zijn eigen mentale beelden boven de juiste citaten. De blik naar binnen richten, dat is de bedoeling. Niet dat hij nu een heremiet is. Hij maakt dagelijks een kleine wandeling door het dorp, waarbij hij mateloos gefascineerd raakt door dat ene raampje, eentje in melkglas ingemetseld in een protestant kerkje. Elke dag werpt hij stiekem - staren, zelfs naar een raampje, is onbeleefd - een blik op het wolkige glas en daarbij raakt hij verstrikt in de nevelen van zijn verleden. Ooit ging hij naar een katholieke school, waar hij les kreeg over de Heilige Drievuldigheid en het mysterie van de transsubstantiatie, het wonder waarbij brood en wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus. Ooit kreeg hij les van een pater die over Miltons Paradise Lost preekte en kinderen waarschuwde: die Milton kiest duidelijk de kant van de duivel. Ooit fantaseerde hij over de borsten van de maagdelijke Maria. Ooit leerde hij over de geschiedenis van de Beeldenstorm, over hoe protestanten kostbare glasramen aan diggelen sloegen. En zo is de gedachtecirkel rond, zo belanden we opnieuw bij een man die naar een raampje loert. Of toch niet. Want de Australische auteur Gerald Murnane is nog niet klaar met zijn bespiegelingen. Opnieuw duikt hij in zijn hoofd, opnieuw legt hij het verleden onder de microscoop, en daarna legt hij de microscoop onder de microscoop - wat dacht hij als jongetje, wat denkt hij nu? Dat droste-effect werkt duizelingwekkend goed. Het vergt bakken talent om dergelijke verdubbelingen boeiend te houden, en talent heeft Murnane in overvloed. Ademloos volg je de meanderende afdaling in zijn geest, terwijl je je afvraagt wát je nu eigenlijk aan het lezen bent - een verhaal over een raampje? Dergelijke bedwelmende trip down memory lane doet aan Proust denken, een auteur die Murnane ook betrekt in zijn mijmeringen. Had hij bij Proust niet ooit een passage gelezen over de verhouding tussen lezer en lectuur, en zo ja, hoe zat dat precies? Waarna Murnane pagina's lang op die paar denkbeeldige regels kauwt want bij zijn literaire beeldenstorm is ook het oeuvre van Proust in de grote stad achtergebleven. Toekijken hoe Murnane zijn geheugen leegschraapt, is alsof je bij een pointillistisch schilderij elk stipje apart onder een vergrootglas legt. Door zo eindeloos scherp te stellen op kleine gedachten schept hij grootse literatuur en tast hij de grenzen van de taal af.