'Telkens ik op reis vertrek, gaan twee boeken steevast in de koffer mee: De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera en The Powerbook van Jeanette Winterson. Dat laatste zelfs gekaft. Ik had het boek ook bij toen ik door Iran en de Emiraten reisde, en je wilt niet aan een kleine grenspost in the middle of nowhere moeten uitleggen waarom er vrouwelijk naakt in je koffer zit. Die kaft herinnert me eraan dat de literatuur niet overal even vrij is.
...

'Telkens ik op reis vertrek, gaan twee boeken steevast in de koffer mee: De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera en The Powerbook van Jeanette Winterson. Dat laatste zelfs gekaft. Ik had het boek ook bij toen ik door Iran en de Emiraten reisde, en je wilt niet aan een kleine grenspost in the middle of nowhere moeten uitleggen waarom er vrouwelijk naakt in je koffer zit. Die kaft herinnert me eraan dat de literatuur niet overal even vrij is. Die twee boeken zijn mijn mobiele schuilplaats, een veilige haven waarin ik even kan wegduiken als de reis ongemakkelijk wordt. En hoewel ik ze al talloze keren herlezen heb, ontdek ik telkens opnieuw nieuwe invalshoeken en details. Dat zegt iets over de kracht van literatuur en de eeuwigdurende wisselwerking tussen boek en lezer: lezen we in elk boek niet de antwoorden op de vragen die ons op dat moment bezighouden? 'The Powerbook is zeker niet de beste Winterson - The Passion is veel beter en doe ik dus vaker cadeau - maar ik heb er wel een intieme relatie mee: tijdens een passionele affaire stuurden mijn maîtresse en ik elkaar geheime boodschappen per sms aan de hand van pagina- en regelnummers, en ik heb het ooit integraal aan iemand voorgelezen bij wijze van 'voorspel'. 'The Powerbook - je had het al geraden - gaat over de liefde. Het boek is opgebouwd als een virtuele dialoog - best knap gevonden als je bedenkt dat het geschreven is in de beginjaren van het internet - waarbij de schrijver/verteller alle universele liefdesverhalen gebruikt om een vrouw te verleiden. Dat ik vervolgens dat boek zelf net voor dat doel heb gebruikt, zou Winterson waarschijnlijk erg grappig vinden. Zulke resonanties tussen het individuele leven en de wereldliteratuur boeien me mateloos en zijn een wederkerend thema in haar oeuvre. Vaak weerklinkt het ene boek in het andere, ontdek je zinnetjes en ideeën die ze elders al eens heeft gebruikt. Ze balanceert ook meesterlijk op de grens van het 'universele cliché': iedereen kent ze wel, die romantische oneliners die voor een aha-erlebnis zorgen en blijkbaar perfect omschrijven hoe je je voelt, maar hoe persoonlijk is de liefde dan nog als een wildvreemde het voor jou in woorden kan gieten? Net als Harry Mulisch en Kundera is zij een auteur van wie ik alles gelezen heb, vaak meermaals, en dan krijg je het misschien misleidende gevoel dat je de auteur door zijn werk beter leert kennen. Of ik haar zou willen ontmoeten? Altijd riskant bij iemand die je als auteur zo bewondert. Wat als de mens tegenvalt? En we hebben allebei een nogal uitgesproken karakter, dus dat wordt dan instantliefde, of instanthaat. Maar, met Winterson: what we risk is what we value. Dus: ja.'