Het leven is een worsteling, en bij college boy Stephen Florida mag je dat letterlijk nemen: hij is vastberaden worstelkampioen te worden. Dat vergt een ijzeren discipline, een streng dieet en een strikt seksverbod: zijn vriendin Mary Beth mag hem wel aftrekken maar klaarkomen is uit den boze - een moment slapte kan in de ring fataal zijn. Dag in dag uit beukt hij, enkel gekleed in een maillot, tegen andere potige mannen aan met als enige doel zijn opponent tegen de grond te pinnen.
...

Het leven is een worsteling, en bij college boy Stephen Florida mag je dat letterlijk nemen: hij is vastberaden worstelkampioen te worden. Dat vergt een ijzeren discipline, een streng dieet en een strikt seksverbod: zijn vriendin Mary Beth mag hem wel aftrekken maar klaarkomen is uit den boze - een moment slapte kan in de ring fataal zijn. Dag in dag uit beukt hij, enkel gekleed in een maillot, tegen andere potige mannen aan met als enige doel zijn opponent tegen de grond te pinnen. Florida is volledig opgetrokken uit testosteron én eenzaamheid. Zijn ouders zijn dood, Mary Beth vertrekt naar een ander college en wanneer een gescheurde pees hem van de mat verbant, zinkt hij weg in paranoia. Er duiken vreemde briefjes op, stemmen op de transistorradio bevatten verborgen boodschappen, en waarom doet zijn coach Fink zo geheimzinnig? Florida probeert zich recht te houden en focust zich op zijn lessen, want sportbeurs of niet, er moet toch een minimumscore behaald worden voor al die lullige vakken. Terwijl hij aan zijn comeback werkt, volgt hij colleges over zelfmoord en bij meneer Silas, die volgens de schoollegende zijn vrouw heeft vermoord, leert hij jazz beluisteren. Dat laatste is niet toevallig want debutant Gabe Habash heeft leentjebuur gespeeld bij de improviserende chaos die jazz is. Zijn alinea's tuimelen van het ene onderwerp in het andere en de gedachten van Florida schieten alle kanten op. Toch houdt hij de wedstrijdregie strak in handen. Habash, een redacteur bij Publishers Weekly die naar eigen zeggen eerder tuk is op basketbal, neemt de lezer in een houdgreep en dwingt je in het vernauwde perspectief van een obsessieve sporter. Florida's lichaamsvochten druipen van het blad en zijn opgekropte woede neemt waanzinnige proporties aan - als hij tijdens zijn herstelperiode niet met zijn teamgenoten mag worstelen, is zijn frustratie zo groot dat hij een geitenbok tackelt, puur om pijn te voelen. Het zegt iets over Habash' talent dat hij zo'n scene geloofwaardig kan neerzetten. Dankzij de brutale zinnen, het jachtige tempo en de horrorelementen verteert het technisch jargon ook net iets makkelijker, want dat is meestal de zwakte van sportromans: een geschreven wedstrijdverslag weet zelden te boeien. Habash neemt die horde met het grootste gemak, dus slof of sprint - naargelang uw conditie - gerust richting boekhandel.