Zijn moeder verklaart hem gek, maar Francisco Cantú is vastberaden. Ondanks zijn diploma internationale betrekkingen, waarmee hij ongetwijfeld een succesvolle diplomatieke carrière kan uitbouwen - wie weet, wordt hij ooit ambassadeur, zo bezweert zijn bezorgde moeder hem - gaat hij in dienst bij de Border Patrol. Geen gewone douane, maar een paramilitaire grenswacht die patrouilleert langs de Amerikaans-Mexicaanse grens.
...

Zijn moeder verklaart hem gek, maar Francisco Cantú is vastberaden. Ondanks zijn diploma internationale betrekkingen, waarmee hij ongetwijfeld een succesvolle diplomatieke carrière kan uitbouwen - wie weet, wordt hij ooit ambassadeur, zo bezweert zijn bezorgde moeder hem - gaat hij in dienst bij de Border Patrol. Geen gewone douane, maar een paramilitaire grenswacht die patrouilleert langs de Amerikaans-Mexicaanse grens. Cantú is de theorie beu. Hoe kun je iets zinnigs vertellen over de vluchtelingenproblematiek als je niet op het terrein staat? In dit geval behelst dat terrein een bloedhete woestijn waar het niet alleen wemelt van poema's en slangen, maar waar bewapende mensen en drugsmokkelaars niet voor een vuurgevecht terugdeinzen. Vier jaar lang zal Cantú met zijn collega's de grillige grens afschuimen, en het zal hem naar de rand van de waanzin duwen. De stortvloed aan menselijk leed stompt hem mentaal af en gruwelijke nachtmerries teisteren zijn tanende slaap. Deze neerslag van zijn ervaringen werkt danig op het lezersgemoed. Cantú haalt onthutsende cijfers aan: de Mexicaanse overheid schat dat tussen 2007 en 2014 meer dan 164.000 mensen vermoord werden, een duizelingwekkend cijfer, dat experts bovendien als een minimum beschouwen, want de meeste lijken verdwijnen in geheime massagraven. De lichamen die wel gevonden worden, zijn meestal verminkt - onthoofd, ontweid, gecastreerd; de originaliteit van het kwaad is indrukwekkend - en worden door de narco's openlijk tentoongesteld als waarschuwing voor toekomstige kartelverraders. Met dergelijke statistieken kun je niet anders dan besluiten dat Mexico in een staat van beleg leeft, wat meteen de vluchtelingenstroom verklaart. De Mexicanen willen weg van het geweld en de armoede, en werken in de VS gewillig voor een hongerloon. Zo baat José, een vriend van Cantú, er al jaren een burritotentje uit, en hoewel hij over een rijksregisternummer beschikt en netjes belastingen betaalt, blijft hij een illegaal die constant in angst voor deportatie leeft. Tergend hypocriet van de Amerikaanse overheid, maar José weigert zijn nieuwe land af te vallen, ook al wordt hij door de president als gespuis beschouwd. Je kunt enkel bewondering opbrengen voor Cantú, die zijn eigen geestelijke gezondheid op het spel zette om dit overigens stilistisch sterke boek te schrijven. Hij toont aan dat een onmenselijk immigratiebeleid ook voor de handhavers een hel is en dat een war on drugs het geweld alleen maar aanwakkert. Dapper en noodzakelijk leesvoer.