Voor Guibert is het derde keer, goede keer op het stripfestival van Angoulême. Ook de voorbije twee jaar stond hij immers op de shortlist voor de Grote Prijs. Deze keer deelde hij die eer met Chris Ware en Catherine Meurisse. Guibert volgt de Japanse Rumiko Takahashi (2019), de Amerikaan Richard Corben (2018), de Zwitser Cosey (2017) en de Belg Hermann (2016) op. Normaal gezien krijgt hij in 2021 een grote overzichtstentoonstelling op het festival. In totaal stemden 1852 in Frankrijk gepubliceerde stripauteurs voor de prijs.

Emmanuel Guibert debuteert in 1992 met De bruine pest, een album over het nazisme in een licht kitscherige, realistische schilderstijl. Later zou hij dat album zelf als een jeugdzonde beschouwen, wat niet wegneemt dat zijn stilistische vaardigheid toen al duidelijk was.

Zijn echte doorbraak komt er met enkele albums op scenario van zijn vrienden. Met Joann Sfar maakt hij het lichtvoetige De dochter van de professor, waarin een mummie verliefd wordt op een jonge Britse. Later creëerde hetzelfde duo een jeugdreeks die vrij geïnspireerd was door de tijd van het Nieuwe Testament, Zwarte olijven. Daarin toont Guibert voor het eerst hoe trefzeker hij in enkele lijnen mensen kan portretteren: heel wat tekenvrienden van hem krijgen een herkenbare bijrol.

Ook nog met Sfar begint hij aan de jeugdreeks Sardine de l'espace, deze keer op scenario van Guibert en met tekeningen van Sfar. Later zal Guibert ook zelf het tekenwerk voor zijn rekening nemen. Sardine de l'espace wordt in het Frans een groot succes en krijgt later een nieuw leven als tekenfilmserie.

Tekst gaat verder onder de foto.

null © Didier Lefèvre

Guibert wordt verder opgemerkt met Kapitein Scharlaken, een album op scenario van David B., ook een vriend van hem. In dat boek stelt Guibert zich helemaal ten dienste van B.'s interpretatie van de fantastische literatuur van schrijver Marcel Schwob.

Zijn grote internationale doorbraak komt er met stripdocumentaires. Zo leert Guibert op een eilandje voor de kust van La Rochelle de bejaarde Amerikaanse soldaat Alan Ingram Cope kennen, die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk is beland en er is gebleven. De man blijkt een geboren verteller. Uit de urenlange monologen van Cope distilleerde Guibert tot nu toe vijf boeken: drie delen De oorlog van Alan, over Alans omzwervingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, en ook twee boeken over diens jeugd in Californië. Het eerste deel daarvan, De jeugd van Alan, verscheen al in Nederlands, maar op het verbluffende vervolg Martha & Alan, een poëtisch boek over een kalverliefde en Guiberts beste werk tot nu toe, is het helaas nog wachten.

Parallel met zijn boeken over Alan Cope werkt Guibert ook samen met fotograaf Didier Lefèvre. Samen selecteren ze foto's die Lefèvre heeft genomen tijdens diens verblijven in Afghanistan met Artsen zonder Grenzen. Guibert vult aan de hand van Lefèvres relaas de gebeurtenissen tussen de foto's op met tekeningen. Dat gebeurt zo virtuoos dat er zelfs geen echte stijlbreuk tussen tekeningen en foto's te zien is. De drie delen van De fotograaf behoren nog steeds tot de klassiekers in het genre van de stripdocumentaire.

Het is niet de eerste keer dat Guibert in Angoulême een prijs wint. Met prijzen voor De dochter van de professor (debuutprijs en Prix Goscinny in 1998), De fotograaf (een Essentiel, de prijs voor een van de beste boeken van het jaar, in 2007) en zelfs een prijs voor zijn hele oeuvre (Prix Goscinny in 2017) heeft hij al een flinke voorgeschiedenis met Angoulême. Het festival opent donderdag voor de 47ste keer voor het grote publiek en duurt nog tot zondag.

De oorlog van Alan © Guibert
De fotograaf - deel 1 © Guibert
Voor Guibert is het derde keer, goede keer op het stripfestival van Angoulême. Ook de voorbije twee jaar stond hij immers op de shortlist voor de Grote Prijs. Deze keer deelde hij die eer met Chris Ware en Catherine Meurisse. Guibert volgt de Japanse Rumiko Takahashi (2019), de Amerikaan Richard Corben (2018), de Zwitser Cosey (2017) en de Belg Hermann (2016) op. Normaal gezien krijgt hij in 2021 een grote overzichtstentoonstelling op het festival. In totaal stemden 1852 in Frankrijk gepubliceerde stripauteurs voor de prijs.Emmanuel Guibert debuteert in 1992 met De bruine pest, een album over het nazisme in een licht kitscherige, realistische schilderstijl. Later zou hij dat album zelf als een jeugdzonde beschouwen, wat niet wegneemt dat zijn stilistische vaardigheid toen al duidelijk was.Zijn echte doorbraak komt er met enkele albums op scenario van zijn vrienden. Met Joann Sfar maakt hij het lichtvoetige De dochter van de professor, waarin een mummie verliefd wordt op een jonge Britse. Later creëerde hetzelfde duo een jeugdreeks die vrij geïnspireerd was door de tijd van het Nieuwe Testament, Zwarte olijven. Daarin toont Guibert voor het eerst hoe trefzeker hij in enkele lijnen mensen kan portretteren: heel wat tekenvrienden van hem krijgen een herkenbare bijrol. Ook nog met Sfar begint hij aan de jeugdreeks Sardine de l'espace, deze keer op scenario van Guibert en met tekeningen van Sfar. Later zal Guibert ook zelf het tekenwerk voor zijn rekening nemen. Sardine de l'espace wordt in het Frans een groot succes en krijgt later een nieuw leven als tekenfilmserie. Tekst gaat verder onder de foto. Guibert wordt verder opgemerkt met Kapitein Scharlaken, een album op scenario van David B., ook een vriend van hem. In dat boek stelt Guibert zich helemaal ten dienste van B.'s interpretatie van de fantastische literatuur van schrijver Marcel Schwob.Zijn grote internationale doorbraak komt er met stripdocumentaires. Zo leert Guibert op een eilandje voor de kust van La Rochelle de bejaarde Amerikaanse soldaat Alan Ingram Cope kennen, die aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk is beland en er is gebleven. De man blijkt een geboren verteller. Uit de urenlange monologen van Cope distilleerde Guibert tot nu toe vijf boeken: drie delen De oorlog van Alan, over Alans omzwervingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, en ook twee boeken over diens jeugd in Californië. Het eerste deel daarvan, De jeugd van Alan, verscheen al in Nederlands, maar op het verbluffende vervolg Martha & Alan, een poëtisch boek over een kalverliefde en Guiberts beste werk tot nu toe, is het helaas nog wachten.Parallel met zijn boeken over Alan Cope werkt Guibert ook samen met fotograaf Didier Lefèvre. Samen selecteren ze foto's die Lefèvre heeft genomen tijdens diens verblijven in Afghanistan met Artsen zonder Grenzen. Guibert vult aan de hand van Lefèvres relaas de gebeurtenissen tussen de foto's op met tekeningen. Dat gebeurt zo virtuoos dat er zelfs geen echte stijlbreuk tussen tekeningen en foto's te zien is. De drie delen van De fotograaf behoren nog steeds tot de klassiekers in het genre van de stripdocumentaire.Het is niet de eerste keer dat Guibert in Angoulême een prijs wint. Met prijzen voor De dochter van de professor (debuutprijs en Prix Goscinny in 1998), De fotograaf (een Essentiel, de prijs voor een van de beste boeken van het jaar, in 2007) en zelfs een prijs voor zijn hele oeuvre (Prix Goscinny in 2017) heeft hij al een flinke voorgeschiedenis met Angoulême. Het festival opent donderdag voor de 47ste keer voor het grote publiek en duurt nog tot zondag.