Woorden zijn belangrijk. Als je mensen 'illegaal' noemt, dan impliceer je dat ze buiten de wet staan, dat onze rechtsorde voor hen niet geldt. Per definitie zijn het dan criminelen, vogelvrijverklaarden die, louter door het feit dat ze bestaan, in de cel thuishoren. In de nabije toekomst die Jesse Ball in zijn roman Het duikersspel schetst, zijn er geen gevangenissen groot genoeg om al dat 'overtollige vlees' in op te sluiten. Dus worden immigranten in kwadranten gehuisvest, grote ommuurde wijken waar wetteloosheid heerst - de politiek spr...

Woorden zijn belangrijk. Als je mensen 'illegaal' noemt, dan impliceer je dat ze buiten de wet staan, dat onze rechtsorde voor hen niet geldt. Per definitie zijn het dan criminelen, vogelvrijverklaarden die, louter door het feit dat ze bestaan, in de cel thuishoren. In de nabije toekomst die Jesse Ball in zijn roman Het duikersspel schetst, zijn er geen gevangenissen groot genoeg om al dat 'overtollige vlees' in op te sluiten. Dus worden immigranten in kwadranten gehuisvest, grote ommuurde wijken waar wetteloosheid heerst - de politiek spreekt van 'prebeschavingszones', een fraai staaltje newspeak waar Orwell een goedkeurende duim voor zou opsteken. Werken mogen de illegalen natuurlijk wel, zij het op eigen risico. Gebrandmerkt met een tatoeage van een rode muts op de wang en ontdaan van de rechterduim mogen ze zich onder de gewone burgers mengen, maar het staat die laatsten vrij om dat ongedierte meteen te verdelgen. De uitverkorenen zijn namelijk gewapend met een gasfles die ze naar eigen goeddunken mogen gebruiken - dat bespaart meteen op dure wereldvreemde rechters. Nadeel van al die vergassingen: er zijn amper nog dieren op aarde. Balls dystopische roman begint dan ook met een bezoekje aan een dierentuin waar de kooien bevolkt worden door opgezette beesten, aangevuld met de laatste levende haas. Samen met Ball volgen we twee uitverkoren meisjes die uitkijken naar Ogiasdag, een feestdag waarop alle schulden witgewassen worden maar waarop je ook moet vechten voor je eigendomsrecht. Hoe die dag verloopt, komen we helaas niet te weten: Ball verspringt halverwege zijn boek naar andere scènes en perspectieven die volledig losstaan van het uitgangsverhaal. Een parade, een afscheidsbrief, een paar jongens die het vage 'duikersspel' spelen... Het onderlinge verband raakt volledig zoek. Alsof Ball blind in zijn kladschuif rommelde en de fragmenten bij wijze van experiment in één kaft bundelde - lees het zelf maar aan elkaar. Doodjammer is dat. Ball maakte twee jaar geleden furore met Census, waar we in dit blad prompt de zeldzame vijfsterrenscore voor boven haalden, verheugd nog eens een toptalent te mogen begroeten. Nu moeten we verbouwereerd vaststellen dat zijn nieuwe boek ons hoogstens een lauwe geeuw ontlokt.