Honderd miljoen euro. Het is een ruwe schatting - hij kan er een paar miljoen naast zitten - maar dat Victor zichzelf rijk mag noemen, is een understatement. Als topbankier hoeft hij daar weinig voor te doen: het geld stroomt binnen. Zoals dat bij zijn status hoort, woont hij in een modernistische villa in een rustig dorpje net buiten Frankfurt en bedient hij zich voor het woon-werkverkeer van een getunede Porsche. Ergens lopen nog een ex-vrouw rond van wie hij vreedzaam gescheiden is en een brave dochter die hij om de week ziet. Een perfect leven, maar ook een beetje saai - zelfs met ministers over Venetia...

Honderd miljoen euro. Het is een ruwe schatting - hij kan er een paar miljoen naast zitten - maar dat Victor zichzelf rijk mag noemen, is een understatement. Als topbankier hoeft hij daar weinig voor te doen: het geld stroomt binnen. Zoals dat bij zijn status hoort, woont hij in een modernistische villa in een rustig dorpje net buiten Frankfurt en bedient hij zich voor het woon-werkverkeer van een getunede Porsche. Ergens lopen nog een ex-vrouw rond van wie hij vreedzaam gescheiden is en een brave dochter die hij om de week ziet. Een perfect leven, maar ook een beetje saai - zelfs met ministers over Venetiaanse bars keuvelen gaat na een poosje vervelen. Na een mislukte poging om een roman te schrijven stort hij zich op de politiek. Onder het genot van een fles wijn van 2400 euro flanst Victor een manifest in elkaar waarin hij de Duitse maatschappij grondig hervormt. Hij stuurt het pamflet door naar zijn vriend Ali, die voor Die Grünen in het parlement zetelt. Hij ziet in Victors vlugschrift een politieke goudmijn en trekt met diens radicale programma solo naar de kiezer. Opperduitsland zorgde voor danig wat deining in Duitsland en maakt nu ook in het Nederlandse taalgebied opmars. Waarom is niet helemaal duidelijk, want auteur Alexander Schimmelbusch schrijft even belabberd als zijn protagonist. Opperduitsland kun je amper een roman noemen. Akkoord, het boek bevat één leuk idee - een bankier die oproept tot het hernationaliseren van nutsbedrijven - maar dat had Schimmelbusch beter via een kort opiniestuk gebracht. Nu moet je er bordkartonnen personages en overbodige verhaallijnen bij nemen. Schimmelbusch bezondigt zich zelfs aan bladvulling: een welles-nietesspelletje tussen vader en dochter wordt helemaal uitgeschreven - hop, weer een pagina erbij - en het kinderlijke gebrabbel van dochterlief voegt niets toe aan het flinterdunne verhaal, waarvan de clou in een slothoofdstukje wordt afgeraffeld. Daarnaast moet je nog een portie lauwe maatschappijkritiek wegslikken. Is het niet al te gemakkelijk om een fastfoodketen te ridiculiseren omdat ze fastfood serveert? En een minister gratuit wegzetten als een graaier, tja, daar breek je zelfs aan de lokale toog geen klompen meer mee. Goede analyses van het doorgeschoten neoliberalisme zijn altijd welkom maar daarvoor neem je beter je toevlucht tot schrijvers als Joris Luyendijk of Rutger Bregman.