Bijna veertig is Mattis, maar in zijn hoofd moet het nog allemaal beginnen. Hij woont samen met zijn oudere zus Hege, die letterlijk de eindjes aan elkaar probeert te knopen door truien te breien voor de lokale vissers en houthakkers. Mattis lummelt maar wat aan. In het dorp wordt hij Slome genoemd, niet echt een verwijt maar eerder een vaststelling - de dorpelingen begrijpen dat Mattis het moeilijk heeft met de buitenwereld en dat echt mannenwerk niet voor hem is weggelegd. Toch proberen ze hem te helpen: ondanks zijn traagheid mag hij mee het veld...