Een globetrotter kun je de Australische auteur Gerald Murnane niet noemen. Sinds de dood van zijn vrouw in 2009 heeft hij zich teruggetrokken in Goroke, een gehucht waar bij de laatste volkstelling 299 zielen werden geturfd. Naar eigen zeggen heeft hij nog nooit gevlogen en verlaat hij zelden de staat Victoria. Af en toe doet hij de bar in een lokale golfclub, en verder slijt hij zijn dagen aan zijn schrijftafel, omringd door zijn archief, waarin hij al jarenlang verzonnen paardenraces bijhoudt.
...

Een globetrotter kun je de Australische auteur Gerald Murnane niet noemen. Sinds de dood van zijn vrouw in 2009 heeft hij zich teruggetrokken in Goroke, een gehucht waar bij de laatste volkstelling 299 zielen werden geturfd. Naar eigen zeggen heeft hij nog nooit gevlogen en verlaat hij zelden de staat Victoria. Af en toe doet hij de bar in een lokale golfclub, en verder slijt hij zijn dagen aan zijn schrijftafel, omringd door zijn archief, waarin hij al jarenlang verzonnen paardenraces bijhoudt. Enige schrijfmanie is hem niet vreemd. In een briefwisseling met de Amerikaanse essayist en fotograaf Teju Cole (opgenomen aan het einde van dit boek) beschrijft hij gedetailleerd de steensoort waaruit zijn werkkamer is opgetrokken en geeft hij met enige trots toe dat zijn langste brief ooit op twintigduizend woorden afklokte. Dat komt neer op een halve roman. Ligt ook nog in een kast: een opsomming van alle personen voor wie hij ooit een boontje heeft gehad, ongeacht of hij de mensen in kwestie ooit ontmoet had. Die liefdeslijst telt zeventigduizend woorden. In zijn fictie springt hij echter spaarzaam om met taal. De vlakte, oorspronkelijk in 1982 verschenen en nu pas in het Nederlands vertaald, telt amper 160 pagina's, maar heeft een haast onmetelijke diepgang. Terwijl Murnane echo's van Kafka en Beckett oproept, laat hij zijn verteller, een regisseur die een film wil draaien over de Australische vlakte, verzinken in een labyrint van gedachten over de leegte, de ruimte en de immer onbereikbare horizon. Jarenlang zal de regisseur in het landhuis van zijn weldoener verblijven, verdwalend in eindeloze bibliotheken, hunkerend naar een spookachtige vrouw, piekerend over de ideale manier om het landschap cinematografisch recht te doen. Stel u Sisyphus voor, maar dan in een woestijn, en zonder rots om te rollen. Zijn medepersonages zijn haast absurde constructies. Blijkbaar wemelt het Australische binnenland van obsessieve dichters die verbeten stijlwedstrijden uitvechten, van bakkeleiende filosofen en door heraldiek bezeten landeigenaars. Niemand lijkt er gelukkig maar niemand denkt eraan om te vertrekken, en het enige wat hen schijnt te binden is een blinde haat tegenover kustbewoners. Misschien zijn zij de rotsen, wanhopig op zoek naar een duwende hand. De vlakte geeft niet meteen al zijn geheimen prijs - daarvoor dringt een tweede lezing zich op - maar wie wil ervaren hoe taal als een fata morgana kan aanvoelen, is bij Murnane aan het juiste adres.