Mannen verdwijnen. Zo gaat dat in romans: ze gaan om een pakje sigaretten en komen nooit meer terug. De lerares blijft achter met een kind en een gat in haar hart. Even dempt ze de put met een Bulgaarse jongen maar hij kan haar smart niet helen. Lieve vrienden vragen haar op een feestje - Parijs, Quatorze Juillet, vuurwerk, wijn - en wanneer iedereen opgedirkt aan het hoofdgerecht begint, komt een late gaste binnengestormd. Sarah heet ze, en ze is één en al beweging en licht en lawaai. De lerares valt als een blok voor de wervelwind. Voor ze het goed en wel beseft, heeft ze Sarah gezoe...

Mannen verdwijnen. Zo gaat dat in romans: ze gaan om een pakje sigaretten en komen nooit meer terug. De lerares blijft achter met een kind en een gat in haar hart. Even dempt ze de put met een Bulgaarse jongen maar hij kan haar smart niet helen. Lieve vrienden vragen haar op een feestje - Parijs, Quatorze Juillet, vuurwerk, wijn - en wanneer iedereen opgedirkt aan het hoofdgerecht begint, komt een late gaste binnengestormd. Sarah heet ze, en ze is één en al beweging en licht en lawaai. De lerares valt als een blok voor de wervelwind. Voor ze het goed en wel beseft, heeft ze Sarah gezoend, en plots is Parijs weer de stad der liefde. Sarah, Sarah, Sarah: dat is het enige waar de lerares nog aan kan denken. Natuurlijk is het moeilijk. Sarah is een violiste die met haar kamerorkest de wereld rondvliegt maar als ze in Parijs landt zijn de twee onafscheidelijk. De lerares neemt al haar gewoontes over. 's Ochtends drinkt ze net als Sarah café au lait en peuzelt ze net als Sarah een pain au chocolat op. Samen gaan ze naar de cinema, samen gaan ze naar tentoonstellingen, samen wonen ze bars uit. Voor Sarah is het leven nooit genoeg. Altijd is er nog een nachtclub, altijd is er nog een glas wijn te vinden, altijd zijn er nog kunstvrienden die een feestje geven. Het put de lerares uit. Ze begint zich ziek te melden op school, ze heeft hartklachten waar de arts geen fysieke oorzaak voor vindt en de nachten dienen enkel om te vrijen - slaap is voor Sarah een overschat concept. De seizoenen drijven voorbij. Zonder Sarah is het leven van de lerares betekenisloos. Wat moet ze met deze nieuwe liefde, met deze tomeloze hunker naar dat vrouwenlichaam? Het verbaast haar, en het maakt haar bang. Zal Sarah haar niet beu worden? Zullen haar ouders aanvaarden dat ze lesbisch is geworden? De Franse debutante Pauline Delabroy-Allard jaagt haar twee verliefden door Parijs en door het leven. In korte, jachtige zinnen beschrijft ze een allesverterende liefdesstorm zonder melig te worden. Geluk is een moeilijk thema in de literatuur - zonder drama wordt het snel eentonig - maar Delabroy-Allard vermijdt alle valkuilen. Al in de prelude kom je te weten dat dit romantisch duet op valse noten zal eindigen: hoe sterk de liefde ook is, de dood heeft altijd het laatste woord. Het lichaam van Sarah wordt bemind door kanker, de pronte borsten die de lerares zo vaak liefkoost, herbergen stiekem ook het einde van Sarah. Je weet hoe Dit gaat over Sarah zal aflopen, en toch lees je hongerig verder, hopend op een andere afloop.