Branner sluipt met een geweer door de spoorberm. Hij moet de Watertrein bewaken. Die trein, die drinkbaar water naar het uitgedroogde Londen voert, is het doelwit geworden van 'terroristen' die het niet eens zijn met het vermarkten van een gemeenschappelijk goed. Branner maalt niet om politiek, hij voert zijn taken uit, ook als hij later op het dak van een flatgebouw betogers in het vizier neemt. Het liefst zou hij de loop onder zijn kin zetten en de trekker overhalen. Er is geen toekomst meer, niet voor hem, niet voor de mensheid.
...

Branner sluipt met een geweer door de spoorberm. Hij moet de Watertrein bewaken. Die trein, die drinkbaar water naar het uitgedroogde Londen voert, is het doelwit geworden van 'terroristen' die het niet eens zijn met het vermarkten van een gemeenschappelijk goed. Branner maalt niet om politiek, hij voert zijn taken uit, ook als hij later op het dak van een flatgebouw betogers in het vizier neemt. Het liefst zou hij de loop onder zijn kin zetten en de trekker overhalen. Er is geen toekomst meer, niet voor hem, niet voor de mensheid. Daar denkt het Waterbedrijf anders over. Het heeft zwaar geïnvesteerd in het IJsdok, een megalomaan project dat heelder wijken heeft platgelegd, met de nodige volksverhuizingen tot gevolg. Het idee is simpel en cynisch: nu de ijskappen toch afbreken kunnen we evengoed een ijsberg naar de stad slepen en het dooiwater aan de hoogste bieder verpatsen. Protest haalt niets uit: zelfs de meest geharde activist zal ooit dorst krijgen. Daar denkt de professor anders over. In het smeltwater worden nieuwe en beschermde diersoorten ontdekt, vondsten die alle activiteiten van het bedrijf kunnen opschorten. Geboeid buigt hij zich over een specimen: kan deze libelle een ijsberg tegenhouden? De Welshe auteur Cynan Jones heeft een patent op witregels, pauzes die hij gebruikt om zijn gepolijste taal nog meer te laten schitteren. Niemand die beter schrijft op een paar vierkante centimeter, niemand die woorden zo laat fonkelen. Dat bewees hij eerder al met meesterwerkjes als De lange droogte (2006) en Inham (2016). In de ecologische fabel De wetten van water, oorspronkelijk een hoorspel voor de BBC, etaleert hij opnieuw zijn talent. Jones zit zijn personages op de huid en laat hen andermaal strijden met de weerbarstige en onverschillige natuur. In zijn vorige romans, die zich vaak op het platteland afspeelden, leek een milde wapenstilstand nog mogelijk maar deze keer zegeviert het pessimisme: we hebben de aarde finaal uitgeput en de mensheid strompelt koppig haar ondergang tegemoet. Ja, er zijn nog stadstuintjes, en in het kookwater van de aardappelen kun je een washandje drenken, maar blind, meedogenloos winstbejag haalt de bovenhand - tot aan het bittere einde zullen er dividenden worden uitgekeerd. U kunt zich tot dan laven aan het poëtische proza van Cynan Jones.