10) Lou! 8 -- Op naar nieuwe avonturen (Neel)

Lou!, de reeks waarvan dit het slotakkoord is, valt nog het best te omschrijven als een stripversie van The Gilmore Girls in pastelkleuren, al snijdt die vergelijking intussen al veel minder hout dan in het begin. Desondanks beoogde Julien Neel met Lou! niet alleen een vrouwelijk publiek en zijn de opgroeiperikelen in deze gevoelige serie universeel genoeg om iedereen aan te spreken.

9) De nederlaag 1+2 (Rabaté)

Aan de talloze verhalen over de Tweede Wereldoorlog heeft nu ook Pascal Rabaté -- van Leve de branding! en Ibicus -- een tweeluik toegevoegd. Hij volgt de Franse soldaat Amédée die met zijn hele regiment door het Duitse leger gevangen wordt genomen en met geforceerde dagmarsen naar Duitsland wordt gebracht. Samen met enkele andere gevangenen slaagt Amédée erin te ontsnappen. Zijn terugreis naar huis is niet een en al plezier, ook al staat onderweg verwaarloosd vrouwvolk hem met open armen op te wachten. Rabaté speelt met de verwachtingen van de lezer, want in plaats van een happy end dat al mijlenver in het vooruitzicht lag, kiest hij voor een open einde met weerhaakjes.

8) Robbedoes -- Hoop in bange dagen 1 (Bravo)

In het eerste deel van wat een minireeks moet worden, verliest Robbedoes zijn job bij het Moustic-hotel en probeert hij nieuws te krijgen van zijn Joodse vriendinnetje Kassandra. De naïeve Kwabbernoot speelt een bedenkelijke rol als deserterend Belgisch soldaat en journalist bij de door de Duitsers gecontroleerde krant Le Soir. Fransman Bravo heeft zijn huiswerk over onze vaderlandse geschiedenis erg goed gemaakt en bouwt daarop een rijk en genuanceerd verhaal dat even goed is als zijn familienaam laat uitschijnen.

7) Wereldwijven -- Vrouwen die de wereld naar hun hand zetten 2 (Bagieu)

Na het succes van het eerste deel verzamelt de Franse Pénélope Bagieu opnieuw vijftien veelal onbekende, maar daarom niet minder indrukwekkende rolmodellen. De merites van sommigen - rijke erfgenames à la Peggy Guggenheim die toevallig met hun geld iets interessants doen - verbleken bij de verhalen van Temple Grandin, een vrouw met autismespectrumstoornis die opkwam voor het welzijn van vee, van Cheryl Bridges, die marathons liep voordat vrouwen daartoe in staat werden geacht, en zeker van Phoolan Devi, een Indiase die door de seksuele misdaden van mannen een outcast en een bandiet werd en het toch nog tot minister schopte. Hoe verschillend hun levens ook zijn, het doorzettingsvermogen van de geportretteerde vrouwen inspireert.

6) Magic Palace Hotel (Fred)

Een bruid wacht in een hotelkamer al twintig jaar op haar bruidegom die lucifers ging halen. In een ander verhaal zou ze slechts een toonbeeld van naïviteit en van een grenzeloos geduld zijn, maar niet bij Fred. Diens Magic Palace Hotel is een wonderlijke plek, een immense doolhof waarin je een luchtballon moet nemen om naar de juiste verdieping te gaan en waarin kamernummers negen cijfers kunnen tellen die zonder enige logica gekozen lijken te zijn. Het klassieke labyrint waaruit de reiziger maar niet kan ontsnappen is hier maar een motor voor Freds poëtische fantasie.

5) Jonas Fink -- De boekhandelaar uit Praag (Giardino)

Meer dan een kwarteeuw nadat hij met zijn verhaal is begonnen over een Joodse jongeman die halverwege de twintigste eeuw achter het IJzeren Gordijn opgroeit, brengt Vittorio Giardino het slotdeel uit. Daarin krijgt de historische inval van de Sovjettroepen in mei 1968 uiteraard een sleutelrol toebedeeld. De Jonas Fink die in zijn jeugd zo lief leek, gedraagt zich als volwassene nogal laf, wat vooral de prachtige vrouwen rondom hem duur komt te staan. Zowel het fijnzinnig uitgewerkte leven van Fink als de altijd uitgebalanceerde tekeningen verraden het perfectionisme van de bedenker.

4) De vrouwen van Lian Ong (Ong)

Een heruitgave van twee vroege verhalen, maar de manier waarop de Nederlandse Lian Ong de vrouwelijke seksualiteit viert en tegen vastgeroeste ideeën ingaat, is ook anno 2019 nog fris. Vooral Stuifmeel blijft na dertig jaar nog helemaal overeind. Daarin bespiedt een mollige vrouw een mooie acrobaat terwijl die zich uitkleedt. Ze verleidt hem, ook al is hij homo, en dumpt hem na de seks. Een sprookje waarin Ong stereotypes omkeert en van de man resoluut een lustobject maakt.

3) Portret van een zuipschuit (Schrauwen, Ruppert & Mulot)

Net zoals Schrauwens Arsène Schrauwen is deze vertelling over een egoïstische dronkenlap een genreverhaal dat compleet ontspoort, terwijl Ruppert en Mulot je als lezer wel vaker proberen te laten meeleven met onsympathieke personages. Afgehakte ledematen, ondergepiste kroegmakkers en vreselijke ontwenningsverschijnselen vanuit het hiernamaals maken van Portret van een zuipschuit een virtuoze, wrange en grappige ontluistering van het zeerovergenre.

2) L'Amour dominical (Goblet & Théate)

L'Amour dominical is een artistiek liefdesverhaal tussen de Brusselse Dominique Goblet, de meest gelauwerde vrouwelijke stripauteur van België, en Dominique Théate, een artiest die door een motorongeval op 19-jarige leeftijd een mentale beperking opliep. Op de grens tussen avant-gardestrip en art brut is het een eerlijke blik in de leefwereld van iemand met een mentale beperking, een vruchtbare kruising van twee artistieke werelden, maar ook een bijzonder grappig en fantasierijk boek.

1) Alack Sinner -- Het leven is geen stripverhaal, baby! (Muñoz & Sampayo)

Argentijnse ballingen José Muñoz en Carlos Sampayo beginnen hun serie degelijk maar gewoontjes, als een hardboiled detective à la Raymond Chandler. Gaandeweg gaat steeds minder aandacht naar de oplossing van de misdaad: Sampayo verpakt de hele grootstad in zijn verhalen, Muñoz gaat al doende ook steeds expressiever tekenen. Zelfs na vier decennia zijn deze verhalen nog geen inktspat verouderd. Om eindeloos te herlezen.