Lía tekent haar orgasmes uit. Na elke vrijpartij met haar minnaar en beschrijver Eduardo Halfon illustreert ze haar genot in een schrift. Soms neemt haar extase de vorm aan van een kabbelend beekje, soms van bergpieken of een Afrikaans land, maar nu Lía spinnenwebben begint te tekenen maakt Halfon zich zorgen. Wie zit er precies gevangen in die natte draden?

Centrale zin: Haar mond smaakte naar onbewoond eiland.

Ook over zijn vriend Milan piekert Halfon. De Servische toppianist stuurde hem jarenlang trouw ansichtkaarten waarmee hij zijn wereldtournee in kaart bracht, maar na een laatste prentkaart uit Belgrado blijft de brievenbus angstwekkend leeg. Milan worstelde met zijn muzikale carrière en met zijn identiteit: liever dan een schuldbeladen Serviër te blijven wilde hij zich onderdompelen in de Roma-cultuur en een vrij zigeunerleven leiden. Is Milan finaal van de aardbol verdwenen?

En Halfon vraagt zich ook af waarom zijn briljante literatuurstudent Juan aan het brossen slaat. In principe behoefde Juan geen les meer - zijn poëzie was al volmaakt - maar om dan helemaal niet meer op te dagen? Halfon adresseert zijn vragen en besognes in een paar knappe verhalen, maar beginnen doet hij met een openingscollege.

In zijn eerste verhaal legt Eduardo Halfon zijn studenten uit hoe een goed kortverhaal werkt: onder het zichtbare verhaal zweeft altijd een geheim verhaal. Laat u niet misleiden door de schrijver, er staat niet wat er staat. Die stelregel is de sleutel waarmee je Halfons eigen vertellingen kunt ontsluiten. Hoe liefdevol hij zijn personages Lía, Milan en Juan ook beschrijft, je voelt dat het telkens om iets meer gaat, iets dat zich niet meteen laat vatten.

Aanvankelijk heb je er het raden naar, maar halverwege zijn bundel gooit Halfon zijn kaarten op tafel: de verschillende verhalen verstrengelen zich tot een roman waarin hijzelf het hoofdpersonage speelt. Zo besluit hij na een kleverige vrijpartij met Lía om halsoverkop naar Belgrado te reizen, op zoek naar Milan. Dat eindigt in een bureaucratische nachtmerrie en in de achterbuurten van Belgrado laat hij zich tonnen geld aftroggelen, maar wanneer hij zich in de armen van een Slavisch hoertje stort, begrijp je dat Halfons reis geen zoektocht maar een ontsnappingspoging was: Lía had hem te strak ingesponnen en hoe triest ook, een pijpbeurt in een groezelig bordeel was net de verlossing die hij zocht. Rest nog de verdwaalde lezer, die plots beseft dat hij zich midden in een literaire doolhof bevindt en dat de uitgang ergens tussen de regels kiert.

De Poolse bokser

Eduardo Halfon, Wereldbibliotheek (oorspronkelijke titels: El boxeador polaco / La pirueta / Monasterio), 256 blz., 21,99 euro

Eduardo Halfon

Eduardo Halfon (°1971) is geboren in Guatemala maar sleept verschillende identiteiten met zich mee. Zijn bloedlijnen lopen terug tot in Aleppo, Alexandrië, Oekraïne en Palestina en in zijn verhalen worstelt hij ook met zijn Joodse afkomst. Zijn werk won meerdere internationale prijzen. Met dit boek maakt hij zijn entree in de Nederlandse taal.