De laatste jaren zet het festival van Angoulême in op de Japanse strip. Dat is een logisch antwoord op de internationalisering van de stripsector. Om u maar een idee te geven: sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is één op de drie verkochte strips in het Frans van Japanse origine.
...

De laatste jaren zet het festival van Angoulême in op de Japanse strip. Dat is een logisch antwoord op de internationalisering van de stripsector. Om u maar een idee te geven: sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is één op de drie verkochte strips in het Frans van Japanse origine. Zo heeft Angoulême een aparte tent voor manga-uitgevers en vielen er de afgelopen jaren ook veel Japanners in de prijzen op de striphoogmis. Akira Toriyama van Dragonball kreeg een Grote Prijs in 2013, Katsuhiro Otomo volgde in 2015 en vorig jaar werd Rumiko Takahashi met de belangrijkste oeuvreprijs in Europa bedacht. Ook in het artistieke programma neemt manga de laatste jaren consequent veel plek in. Eerder waren in Angoulême al indrukwekkende tentoonstellingen te zien over Osamu Tezuka, zeg maar de Japanse Willy Vandersteen, en Naoki Urasawa, de succesauteur van Monster en 20th Century Boys. Maar ook minder bekende, maar artistiek interessante auteurs als Kazuo Kamimura en Taiyo Matsumoto kregen hun kans.Tekst gaat verder onder de foto.In die laatste categorie valt ook Yoshiharu Tsuge, de 82-jarige veteraan die dit jaar vol in de spots wordt gezet. Hij was in Japan een van de populairste auteurs in het tijdschrift Garo, waarin de alternatieve strip voor volwassenen in de jaren zestig van de vorige eeuw vorm kreeg. Hij maakte er naam met terneergeslagen strips over personages die het moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen of over streken in Japan waar de tijd lang stil heeft gestaan, maar de moderniteit toch onzichtbaar oprukt. Door zijn eigen weg te gaan en zich niet tot bestaande genres te beperken, introduceerde hij vanzelf nieuwe genres, zoals surrealistische strips gebaseerd op droombeelden, In zijn bekende strip De schroef moet bijvoorbeeld een schroef in een mensenlichaam aangedraaid worden, maar duurt het even voordat die gevonden wordt. Zijn grootste bijdrage tot de geschiedenis van het stripverhaal bestaat uit zijn experimenten met het genre van de autobiografie op een moment dat het genre in Japan nog niet beoefend werd. Die introspectieve verhalen leidden in de jaren tachtig uiteindelijk tot De man zonder talent, een denigrerende en deprimerende blik op zijn eigen leven. Het is tot op vandaag zijn bekendste werk en werd vertaald in het Frans en het Engels. De gevoelige Tsuge heeft dan ook een leven geleid waar je tragische strips over kan tekenen. Op zijn vijfde verliest hij zijn vader, vier jaar later al moet hij geld beginnen te verdienen. Na de lagere school gaat hij voltijds aan de slag in een fabriek. Twee keer ontvlucht hij als tiener zijn thuissituatie, maar hij komt telkens terug. Als zeventienjarige publiceert hij zijn eerste strip en leert hij een kunststudente kennen. Ze wonen een tijdje samen, maar enkele jaren later gaat zijn uitgever overkop en eindigt zijn relatie. Tsuge probeert een einde aan zijn leven te maken, maar wordt op het nippertje gered door een buurman. Na enkele jaren als binnenhuisdecorateur begint hij in 1965 opnieuw strips te maken voor Garo. Hij wordt assistent van de bekende auteur Shigeru Mizuki. In die periode reist hij veel, gaat hij er veertien dagen vandoor met een verpleegster, leert hij zijn vrouw kennen, wordt hij vader en krijgt zijn werk in Japan erkenning. In 1977 wordt zijn vrouw zwaar ziek en krijgt Tsuge een eerste depressie. In 1980 belandt hij in een psychiatrische instelling. Ondertussen zijn de strips stilgevallen en probeert Tsuge aan de kost te komen als boekhandelaar, verkoper van tweedehandse fotoapparaten of zelfs van stenen met een speciale vorm, tot wanhoop van zijn vrouw. In 1984 krijgt zijn activiteit als stripauteur een laatste opstoot in het tijdschrift COMIC Baku, waarin de autobiografische verhalen over zijn armoedige bestaan worden gepubliceerd die uiteindelijk uitmonden in De man zonder talent. In 1987 verschijnt zijn laatste verhaal, De scheiding. In 1999 overlijdt zijn vrouw. Sindsdien slijt Tsuge zijn dagen in eenzame armoede.De tentoonstelling op het festival van Angoulême toont voor het eerst in Europa een hele reeks originele pagina's uit alle ondertussen legendarisch geworden verhalen van Yoshiharu Tsuge. De sfeerschepping en de laconieke afbeelding van moeilijke levensomstandigheden in de onderlaag van de Japanse maatschappij maken daarvan al een indrukwekkende belevenis. Toch is het meest aangrijpende document op de tentoonstelling misschien nog een recent gefilmd interview met Tsuge. Geknield op de grond in een traditioneel Japans gebouw beantwoordt hij de vragen die de artistiek directeur van het stripfestival van Angoulême hem steltover zijn werk. De auteur werkt duidelijk vanuit een innerlijke drive en is niet bezig met commerciële overwegingen. Tegelijk toont de video ook hoe gevoelig Tsuge is en welke mentale moeilijkheden het dagelijkse leven voor hem meebrengt. Tsuge spreekt aarzelend en met zachte stem. Hij beantwoordt helemaal aan het romantische beeld van de artiest die gebukt gaat onder het bestaan. Wat de bittere pil voor hem zou kunnen vergulden, is de internationale erkenning voor zijn strips, ook al heeft Tsuge zelf dat zeker niet gestimuleerd. Zijn eerste publicatie in het buitenland was bijvoorbeeld in 1990 in het tijdschrift Raw van Art Spiegelman, maar Spiegelman heeft jarenlang moeite moeten doen om enkele pagina's naar het Engels te mogen vertalen. Deze tentoonstelling op het festival van Angoulême betekent voor Tsuge zelf misschien dus niet veel, maar is een terechte bekroning van een uniek oeuvre.