'Het staat vast dat er veel meer zelfmoorden zouden zijn als de mensen dat eenvoudige getal zouden kennen: vierenhalve seconde.' Een diepgaande kennis van de natuurkunde heeft Florent-Claude Labrouste niet nodig om zijn valtijd vanuit zijn Parijse woontoren te berekenen. Met een fles calvados achter de kiezen is dat handvol seconden makkelijk overbrugbaar, en dan kan hij zijn uitgeputte ziel in de handen van een (afwezige?) God leggen.
...

'Het staat vast dat er veel meer zelfmoorden zouden zijn als de mensen dat eenvoudige getal zouden kennen: vierenhalve seconde.' Een diepgaande kennis van de natuurkunde heeft Florent-Claude Labrouste niet nodig om zijn valtijd vanuit zijn Parijse woontoren te berekenen. Met een fles calvados achter de kiezen is dat handvol seconden makkelijk overbrugbaar, en dan kan hij zijn uitgeputte ziel in de handen van een (afwezige?) God leggen. Labrouste heeft het wel geprobeerd, gelukkig zijn in dit leven, maar erg ver is hij niet geraakt. Er waren een paar pogingen tot liefde, er was een halfslachtige carrière als landbouwingenieur en eventjes was hij getuige van een mogelijke revolutie - zijn vriend Aymeric betrok hem toevallig bij een boerenopstand die met een suïcidale sisser afloopt. Verder viel er weinig troost te sprokkelen in dit aards bestaan. Labrouste put nog het meest plezier uit zijn MacBook en zijn Mercedes, en hij kan zich nog enigszins warmen aan de lauwe gloed van meer libidineuze tijden. Nu hij antidepressiva slikt, kan hij amper nog een stijve krijgen, maar dat verhindert hem niet om met likkebaardend genoegen terug te denken aan de parade natte kutjes en kontjes en mondjes die hem zo rijkelijk van genot hebben voorzien. Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt: de danteske spreuk zou het motto van elke roman van Michel Houellebecq kunnen zijn. De Franse dwarsdenker grabbelt ook nu weer rijkelijk uit de ton nihilistische clichés en pleistert elke pagina vol met dooddoeners die ieder optimisme vakkundig de kop indrukken. Bandeloos materialisme, bestialiteit, tieners die welwillend hun lichaam verpatsen aan pedofielen, moordlust, zelfhaat: de gebruikelijke kotskleurige thema's zijn weer overvloedig aanwezig in Serotonine. En toch: Houellebecq blijft een meester in verderf. Niemand anders zet het Europese verval zo zwartgallig neer, en niemand anders weet daarbij zo grappig uit de hoek te komen. Meermaals moet je hardop grinniken om zijn spitsvondige alinea's en vileine analyses waarmee hij - toegegeven, écht moeilijk is het niet - op de lange tenen der gutmenschen trapt. Hoewel er weer voldoende uitstekende champagnes worden gedronken in Serotonine, is deze roman geen Houellebecq grand cru, maar zelfs in een minder wijnjaar steekt de Franse meester met kop en schouders boven de middelmaat uit. Faut le faire.