Agent Jesse Rosenberg heeft pech. Net voor zijn pensioen - hij kan bogen op een geslaagde carrière, medailles incluis - komt onderzoeksjournaliste Stephanie Mailer roet in zijn taart strooien. Twintig jaar geleden loste Rosenberg een viervoudige moord op maar Mailer betwijfelt of hij wel de juiste dader gevat heeft. Niemand die veel aandacht besteedt aan een gesjeesde journaliste, tot ook zij verdwijnt. Rosenberg verzamelt zijn oude kompanen en heropent de zaak, zeer tegen de zin van de burgemeester - zijn stadje Orphea maakt zich op voor een groot theaterfestival en rondlopende moordenaars schrikken ...

Agent Jesse Rosenberg heeft pech. Net voor zijn pensioen - hij kan bogen op een geslaagde carrière, medailles incluis - komt onderzoeksjournaliste Stephanie Mailer roet in zijn taart strooien. Twintig jaar geleden loste Rosenberg een viervoudige moord op maar Mailer betwijfelt of hij wel de juiste dader gevat heeft. Niemand die veel aandacht besteedt aan een gesjeesde journaliste, tot ook zij verdwijnt. Rosenberg verzamelt zijn oude kompanen en heropent de zaak, zeer tegen de zin van de burgemeester - zijn stadje Orphea maakt zich op voor een groot theaterfestival en rondlopende moordenaars schrikken toeristen af. De Zwitserse bestsellerauteur Joël Dicker betuigt in zijn nieuwe 'roman' meermaals zijn liefde voor het detectivegenre en hij doet dan ook zijn uiterste best om elk thrillercliché uit te hollen. Persoonsverwisselingen, corrupte politici, gecodeerde berichten, een ellenlange stoet aan verdachten die allemaal duistere geheimen meezeulen: Dicker toont dat hij bij wijze van research zeker vijf films van Jan Verheyen heeft bekeken. Daarbij huldigt hij de gouden stelregel 'show, don't tell'. Het probleem: Dicker laat álles zien. Elke handeling wordt omstandig uitgelegd. Een sirene moet eerst uit het handschoenenkastje gehaald worden voor ze op het dak kan worden gezet, telefoontoetsen moet je indrukken voor je kunt bellen, auto's gestart voor je aan de achtervolging kunt beginnen. En als Dicker niet duidelijk genoeg is, steekt de vertaler een overbodig handje toe. In een voetnoot acht hij het nodig om The Fourth of July te duiden. Mocht u het niet weten: dat is de nationale feestdag van de Verenigde Staten. Dicker stapelt structureel de beginnersfouten op. Hij verhaspelt vertelperspectieven en snapt het concept cliffhanger niet - je geeft de clou niet in de volgende alinea weg, dan verwar je cliffhanger met witregel. Maar vooral zijn houterig taalgebruik tergt de lezersziel. De centrale zin hiernaast is tekenend voor Dickers stroefheid. Na vijfhonderd pagina's taalverkrachting grijp je naar schuurpapier om je bezoedelde ogen weer rein te wrijven. Stoemelings ontdekt Dicker zelfs een nieuwe stijlfiguur, die van de onbedoelde contradictie: 'Hij was afgevallen, zijn gezicht was gerimpeld, hij was ouder geworden, maar hij was weinig veranderd.' Let ook op de mooie herhaling van 'was', als in Joël Dicker was ooit een veelbelovend talent.