Hun populariteit bij het kiezerspubliek doet anders vermoeden, maar de natte droom van nationalistische partijen - de natiestaat rehabiliteren - is ten dode opgeschreven: eerder dan een toekomstvisie is het hoogstens een gecultiveerde nostalgie, heimwee naar een tijdperk dat nooit echt bestaan heeft. Het epicentrum van de macht ligt al decennia bij Europa, dat er alles aan doet om de binnengrenzen uit te wissen en de nationale besluitvorming afslankt. Dat maakt Europa tot een ideale zondebok. Een politicus hoeft slechts naar het verdorven 'Brussel' te wijzen om zijn machtelooshe...

Hun populariteit bij het kiezerspubliek doet anders vermoeden, maar de natte droom van nationalistische partijen - de natiestaat rehabiliteren - is ten dode opgeschreven: eerder dan een toekomstvisie is het hoogstens een gecultiveerde nostalgie, heimwee naar een tijdperk dat nooit echt bestaan heeft. Het epicentrum van de macht ligt al decennia bij Europa, dat er alles aan doet om de binnengrenzen uit te wissen en de nationale besluitvorming afslankt. Dat maakt Europa tot een ideale zondebok. Een politicus hoeft slechts naar het verdorven 'Brussel' te wijzen om zijn machteloosheid te verdoezelen. Daar is ook Fenia Xenopoulou, een van de vele personages in Menasses roman De hoofdstad, zich bewust van. Niet gespeend van ambitie vat de EU-beambte het plan op om het gedeukte imago van de Europese Commissie op te kalefateren - een jubileumfeest lijkt haar ideaal -, en zo zet ze een bureaucratische machinerie in gang die invloed zal hebben op haar meer dan vijftien medepersonages. Daarmee lonkt Menasse al openlijk naar zijn Weense stadsgenoot Robert Musil, die in zijn monumentale De man zonder eigenschappen dezelfde opzet uitwerkte, zij het dat Musil veel meer oog had voor de denkwereld van zijn hoofdpersonage Ulrich, die in 1913 belast wordt met het jubileum van het zeventigjarig keizerschap van Frans Jozef. Aan ambitie geen gebrek dus bij Menasse, en hoewel zijn lichtvoetige toon aanvankelijk enthousiasmerend werkt, verslapt zijn versie van De Grote Europese Roman naar het einde. Ja, de couleur locale van Brussel is geinig, en ja, het losgeslagen varkentje dat als rode draad door de Brusselse straten huppelt, is een mooi symbool voor de economische prioriteiten van de EU, en ja, Menasse vat het gekonkel slim in dialogen, maar er zijn ook ernstige minpunten. Het moordcomplot dat zijn roman van vaart moet voorzien, lijkt uit een Dan Brown-thriller geplukt, het geleur met de erfenis van Auschwitz komt pijnlijk genoeg nooit tot zijn recht, en zijn postmoderne inlassingen - 'Romans zijn dood', schrijft hij ergens ín zijn roman - blijven flets. Toch moet je zijn technische kwaliteiten bewonderen. Hij wisselt soepel van personages en weet de complexiteit van Europa knap te illustreren zonder in clichés te vervallen. En hij oppert één briljant idee om de Europese eenheidsgeest bij de burger te versterken: schaf nationale identiteitskaarten af en vermeld nog enkel de geboorteplaats. Eentje om te pikken, Guy!