Een man bewandelt zijn land. Hij is op zoek naar een drachtige koe die, dolgedraaid door de hormonen, besloot haar stal te verlaten. Opnieuw een dier verliezen - diezelfde ochtend heeft hij al een doodgeboren kalf in het hooi aangetroffen - kan hij zich niet permitteren; door een onverklaarbare droogte is de grond uitgeput en dreigen de gewassen tot stof te verkruimelen. Tegelijk is het een verademing om even buiten te zijn, weg van de bedompte boerderij, weg van zijn nukkige vrouw, weg van zijn raadselachtige dochter die beweert dat ze met elfjes kan praten en regelmatig een...