Hondje, zo wordt hij tegelijk liefkozend en minachtend genoemd door zijn Vietnamese moeder. Aan haar liefde twijfelt hij niet, maar hij moet er wel haar woede-uitbarstingen en de bijbehorende klappen bij nemen. Soms slaan in haar hoofd de stoppen door en betaalt hij het gelag voor de bliksem die door haar brein genstert. Geweld zit in haar bloedlijn: ze is een kind van de Vietnamoorlog. Een Amerikaanse GI legde het aan met haar moeder, een Vietnamese gezelschapsdame, en om de schande te ontvluchten trokken ze naar de VS. Dat ze geen Engels begrijpt, frustreert haar daar, net als het openlijke ...

Hondje, zo wordt hij tegelijk liefkozend en minachtend genoemd door zijn Vietnamese moeder. Aan haar liefde twijfelt hij niet, maar hij moet er wel haar woede-uitbarstingen en de bijbehorende klappen bij nemen. Soms slaan in haar hoofd de stoppen door en betaalt hij het gelag voor de bliksem die door haar brein genstert. Geweld zit in haar bloedlijn: ze is een kind van de Vietnamoorlog. Een Amerikaanse GI legde het aan met haar moeder, een Vietnamese gezelschapsdame, en om de schande te ontvluchten trokken ze naar de VS. Dat ze geen Engels begrijpt, frustreert haar daar, net als het openlijke racisme dat haar te beurt valt. Om over de armoede maar te zwijgen - ze slijt lange dagen in een nagelsalon waar ze hooghartige blanke vrouwen manicures geeft. Lezen kan ze niet, maar toch besluit Hondje haar een brief te schrijven waarin hij haar alles vertelt, een brief die de omvang van een boek aanneemt en een van de meest wonderlijke Amerikaanse debuten in jaren oplevert. Op aarde schitteren we even kan op lof rekenen van onder meer Max Porter en Michael Cunningham, en de lauwerkransen zijn volledig terecht. Ocean Vuong schetst een onthutsend beeld van een jonge immigrantenzoon die opgroeit aan de groezelige rand van de Amerikaanse droom. Honger en huiselijk geweld zijn zo vanzelfsprekend dat Hondje oprecht blij is wanneer hij als veertienjarige aan de slag kan op een tabaksplantage, temeer omdat hij daar Trevor ontmoet, zijn eerste grote liefde. Want Hondje is homo, wat nog meer geweld en beledigingen uitlokt. Niet dat het hem deert: de liefdesroes wordt aangevuld met weed, coke en OxyContin, de toen nog veilig geachte pijnstiller die aan de basis ligt van de opiatenplaag die tegenwoordig zo'n 200 doden per dag eist. Hondje moet lijdzaam toekijken hoe zijn vrienden één voor één aan overdosissen sterven. Immigratie, drugsepidemies, racisme, homofobie, kinderarbeid: Vuong behandelt loodzware en helaas actuele thema's in zijn debuutroman maar doet dat op een haast achteloze manier. Centraal staat de liefde voor zijn moeder en zijn boerenprins Trevor. De grauwe werkelijkheid schemert op de achtergrond, niet belangrijker dan het weerbericht. Maar het is Vuongs poëtische taal die dit debuut hoog boven de doorsnee uittilt. Op elke pagina strooit hij met zinnen die je zo wilt inlijsten: 'De wond is ook de plek waar de huid zichzelf opnieuw ontmoet, en aan beide uiteinden vraagt: waar ben je geweest?' Dat soort regels kun je alleen maar met nederig applaus eren.