Sylvie Patterson heeft haar droomjob gevonden. Letterlijk. Ondanks het feit dat ze nog niet afgestudeerd is, mag ze op voorspraak van haar jeugdliefje Gabe aan de slag in het laboratorium van Adrian Keller. Ooit was Keller haar schoolhoofd maar nu doet hij vooruitstrevend onderzoek naar slaapstoornissen, gesubsidieerd door gereputeerde universiteiten. De inzet is hoog: kan het drietal de brug slaan tussen droom en werkelijkheid? Kunnen we zo lucide gaan dromen dat we bewust onze droomwerelden kunnen verkennen, en zo ja, welke intellectuele schatten liggen daar verborgen?
...

Sylvie Patterson heeft haar droomjob gevonden. Letterlijk. Ondanks het feit dat ze nog niet afgestudeerd is, mag ze op voorspraak van haar jeugdliefje Gabe aan de slag in het laboratorium van Adrian Keller. Ooit was Keller haar schoolhoofd maar nu doet hij vooruitstrevend onderzoek naar slaapstoornissen, gesubsidieerd door gereputeerde universiteiten. De inzet is hoog: kan het drietal de brug slaan tussen droom en werkelijkheid? Kunnen we zo lucide gaan dromen dat we bewust onze droomwerelden kunnen verkennen, en zo ja, welke intellectuele schatten liggen daar verborgen? Sylvie en vooral Gabe adoreren Keller. Voor hen is hij een goeroe, een voorloper die zonder aarzelen de grenzen van de wetenschap verlegt. Dat Keller daarbij ook ethische grenzen opzoekt, zien ze gewillig door de vingers. Althans in het begin. Sylvie begrijpt aanvankelijk dat dit type onderzoek - in het brein van dromers kijken - per definitie een schending van de privacy inhoudt maar wanneer een voormalig proefpersoon doldraait en een moord begaat, begint het te knagen. Stiekem gaat ze in Kellers dossier neuzen, zeer tegen de zin van Gabe, die pal achter zijn mentor blijft staan. Of heeft Gabe iets te verbergen? Dat is niet het enige mysterie in Sylvies leven. Ze kampt zelf met vreemde dromen en is bijzonder gefascineerd door haar rare overburen, Thom en Janna, die er rare uren opna houden en wel heel vaak in hun kelder zitten te rommelen. Zelfs na een obligaat kennismakingsbezoek en een gemeenschappelijke Thanksgiving blijft het tweetal een enigma. Thom probeert bij Sylvie details over Kellers onderzoek los te peuteren en Janna doet via Gabe een poging om als proefpersoon aanvaard te worden - best leergierig voor een student en een gesjeesde botanicus. Mensen die proberen binnen te dringen in andermans dromen en verstrikt raken in een paranoïde spel van waan en werkelijkheid: waar kennen we die pitch van? Op zich vereist literatuur geen origineel uitgangspunt maar Chloe Benjamin speelt in haar debuut De anatomie van dromen (in het Engels verschenen in 2014) te dikwijls leentjebuur bij Inception van Christopher Nolan. En net als een ekster die niet weet wat hij met al die blinkende sieraden aan moet, lijkt ze zelf niet overtuigd van haar rommelige verzameling vondsten die een roman moet voorstellen. Verder aan beginnersfouten geen gebrek. Benjamin introduceert uitvoerig personages die verderop enkel dienen om in de gang gedag tegen te zeggen, ze legt haar eigen scenes nodeloos uit en denkt dat elk hoofdstuk een cliffhanger behoeft, ook al leidt al die spanningsopbouw nergens toe. Voor dit soort boeken is het woord 'sof' uitgevonden.