UrbanusStripauteur
...

'De eerste cover die nu in me opkomt, is die van het Nero-album De juwelen van Gaga-Pan, waarop een boef afgebeeld staat die Nero in een ravijn probeert te duwen. Dat album dateert van toen ik zelf nog stripkes las, ik moet zeven à acht jaar geweest zijn. De verhalen van Marc Sleen stonden in die tijd helemaal bovenaan qua amusement. Ik vraag me af of ze nu nog in de top honderd staan? Ik las graag strips, want boeken zonder prentjes waren niet echt aan mij besteed. Ik was ooit, in mijn lagere schooltijd, de eerste van de klas, en kreeg voor mijn rapport een boek met slechts twee prentjes cadeau. En mijn kozijn, die zich veel minder hard had ingespannen, kreeg een strip, zonder tekst. Ik was zo kwaad dat ik me voornam nooit nog mijn best te doen.' (lacht) 'Nog niet zo lang geleden kocht ik een verzamelwerk van Winsor Mccays Little Nemo in Slumberland. Dat is een cartoon die in het begin van de twintigste eeuw dagelijks verscheen in The New York Herald. Een klein jongetje gaat naar bed en wanneer hij slaapt, maakt hij een crazy fantasie mee. De ene keer wordt hij achternagezeten door monsters, de andere keer begint zijn bed te wandelen. Het is eigenlijk altijd hetzelfde verhaaltje: hij schiet al roepend wakker en maakt zijn ouders op die manier heel kwaad: 'Je had die donuts niet meer mogen eten!' Dit beeld bestaat uit drie prentjes die niet bestemd waren voor de cover, maar de tekeningen zijn gewoon prachtig. Mccay is trouwens een van de eerste striptekenaars die een animatiefilmpje maakte, dus dat leunt wel aan bij mijn job. En nu we het toch over mijn job hebben: het eerste boek van Michiel ligt nu in de winkel!' (lacht)'Ik leerde de albums van Krasse Knarren kennen dankzij mijn vader. Die strips gaan over drie bejaarde mannen die samen avonturen beleven. Ze zijn ontzettend grappig. Ik was meteen aangetrokken tot de covers, die heel helder en strak zijn. Ik hou van eenvoudige, grafische boekomslagen. Dat werkt heel goed, omdat je ze van heel ver herkent. Zelf ben ik heel slecht in het maken van covers. Die van mij zijn heel schilderachtig. Als ik echt zou mogen kiezen, zette ik er het liefst een zwart-wittekening op. Maar dat zou niet bij het binnenwerk passen.''De Lucky Luke-covers zijn samenvattingen van Morris' belangrijkste kenmerken: dynamiek, helderheid en humor. Neem die van Tenderfoot: er staat geen penseeltrek te veel op, de actie speelt zich af in de rust van een wit vlak, het vogelperspectief geeft een onweerstaanbare dynamiek, er zindert humor in het contrast tussen de vier cowboys en Tenderfoot Waldo (die broek!). Er zijn covers die iets meer iconische waarde hebben (Phil IJzerdraad bijvoorbeeld, door het perspectief), maar de cover van Tenderfoot heeft op mij altijd het effect dat een cover moet hebben: ik wil die strip lezen, en wel sneller dan mijn schaduw.''Ik verkies de cover van Flaters van formaat, het tiende album van Franquins bekende stripreeks Guust Flater. Waarom? De tekening op zich is eigenlijk al een serie van gags na elkaar. Guust is al enkele keren over het strand gesprongen, tot grote ergernis van de andere strandgangers. Het leuke is dat Franquin veel details tekent, van het kleine kindje dat aan het huilen is tot andere kinderen die in de zee aan het spelen zijn. Je krijgt helemaal de sfeer van een strandvakantie mee, die wordt verpest door Guust Flater. Ik kan iedereen het boek aanbevelen. Het is de perfecte cover, die uitnodigt tot een uurtje kosteloos amusement.' (JL)