Zelfmoorden zijn een tragische verspilling. Niet zozeer van leven en liefde - iedereen gaat dood en liefde is vergankelijk - maar er kan zo veel economische winst gepuurd worden uit een suïcidale mens. Omdat de zelfmoordcijfers in het Duitsland van 2025 almaar stijgen, besluit Britta er munt uit te slaan. Onder het mom van een praktijk voor 'psychotherapie en ego-polishing' selecteert ze samen met haar kompaan Babak potentieel kannonnenvlees. Mogelijke zelfmoordenaars moeten een rigoureus programma doorlopen en als ze op het einde van de rit nog steeds de hand aan zichzelf willen slaan, besteedt Britta hen uit aan terroristische organisaties. Sep...

Zelfmoorden zijn een tragische verspilling. Niet zozeer van leven en liefde - iedereen gaat dood en liefde is vergankelijk - maar er kan zo veel economische winst gepuurd worden uit een suïcidale mens. Omdat de zelfmoordcijfers in het Duitsland van 2025 almaar stijgen, besluit Britta er munt uit te slaan. Onder het mom van een praktijk voor 'psychotherapie en ego-polishing' selecteert ze samen met haar kompaan Babak potentieel kannonnenvlees. Mogelijke zelfmoordenaars moeten een rigoureus programma doorlopen en als ze op het einde van de rit nog steeds de hand aan zichzelf willen slaan, besteedt Britta hen uit aan terroristische organisaties. Separatisten, dierenrechtenfreaks, good old IS: wie geld op tafel legt, krijgt een mensenleven in ruil. Een win-winsituatie: de zelfmoordenaar wordt beloond met een levensdoel en terreurbewegingen krijgen een gemotiveerde kandidaat die ze zelfs niet eerst hoeven te brainwashen. Zelfs de staat knijpt een oogje dicht, want elke maatschappij heeft nood aan net dat beetje angst om burgers gedwee te houden. Daarenboven is Britta streng op het dodental: een beetje chaos mag, maar nationale paniek dient vermeden te worden. Strak businessplan, geheel in regel met het neoliberalisme, maar wanneer hun database gestolen wordt, tuimelen Britta en Babak van het ene complot in het andere. Concurrenten willen hun kandidaten stelen om een coup te plegen tegen de BBB, de populistische machthebbers die 'niet erg democratisch zijn maar best wel goeie ideeën uitvoeren'. Moreel dilemma voor Britta: is het wel zo slecht als de BBB vernietigd wordt? Of botst dat met haar zakelijk nihilisme? De Duitse schrijfster Juli Zeh keert terug naar haar literaire beginjaren, toen ze maatschappelijke tendenzen en politiek-filosofische problemen in spannende romans goot. Opnieuw heeft ze de vinger aan de pols maar ondanks haar brille missen we hier de originaliteit en geniale taalbeelden die Speeldrift (2004) en Vrije val (2007) kenmerkten. Lege harten komt soms te pamflettair over en de spotzucht waarmee ze de moderne mens bejegent, balanceert vaak op het randje van het cliché: kunstenaars zijn van nature linkse gutmenschen, revolutionairen dragen ook binnenshuis Khaddafi-brillen en rijkaards wonen in postmoderne betonblokken vol domotica. Alsof Zeh een terechte vuist tegen het populisme wil maken maar vergeten is dat een scherp essay in Die Zeit boeiender kan zijn dan een roman waarin bordkartonnen personages vooruitgejakkerd worden door het plot van een weekendthriller. Zeh lijkt het slachtoffer te zijn geworden van haar eigen talent. Alsof ze beduusd naar de lat kijkt die ze ooit zelf zo hoog heeft gelegd en nu denkt: 'Fuck it, ik hobbel eronderdoor. Niemand die het merkt.' Volgende keer beter dan.