Het is niet zo dat Katia Ziegler zich opgesloten voelt. Leven in het Oost-Berlijn van de jaren vijftig is best draaglijk, ook al voelt ze zich een buitenbeentje in de communistische heilstaat. Haar Spaanse afkomst zit haar integratie in de weg - haar vader vocht in Spanje tegen de fascisten van Franco en moest als verliezer vluchten. Hij beschouwt zichzelf niet als een balling: de DDR is de vleesgeworden socialistische droom en als revolutionair is hij trots op de linkse enclave die hij nu zijn thuis mag noemen.
...

Het is niet zo dat Katia Ziegler zich opgesloten voelt. Leven in het Oost-Berlijn van de jaren vijftig is best draaglijk, ook al voelt ze zich een buitenbeentje in de communistische heilstaat. Haar Spaanse afkomst zit haar integratie in de weg - haar vader vocht in Spanje tegen de fascisten van Franco en moest als verliezer vluchten. Hij beschouwt zichzelf niet als een balling: de DDR is de vleesgeworden socialistische droom en als revolutionair is hij trots op de linkse enclave die hij nu zijn thuis mag noemen. Alleen Katia's moeder heeft soms heimwee. Zij mist de Spaanse keuken en de zon, en gruwelt van de harkerige Duitse taal. Haar verdriet zit verborgen onder het bed, in twee kartonnen koffers vol souvenirs, vol foto's van oude vrienden, vol herinneringen aan een leven zonder censuur en voedselbonnen. Katia heeft zich als tiener neergelegd bij het grauwe leven als Ossi. Ja, de wachtrijen aan de winkels zijn vervelend en het is jammer dat ze haar smokkelplaat van The Rolling Stones op een zacht volume moet afspelen - je weet nooit wie bij de Stasi klikt - , maar de jeugdkampen en de parades zijn best leuk, zeker als een stelletje Cubaanse guerrillero's haar Zuid-Amerikaanse dansen leren. Maar dan ontmoet ze Johannes, de blitse West-Duitser die met zijn Mercedes vrij de grens over mag en Katia het hof maakt met elpees en dichtbundels van Pablo Neruda. Wanneer in 1961 de Muur wordt opgetrokken, smeden ze samen een liefdesplan: Katia zal naar het Westen ontsnappen en daar zullen ze eindelijk samenleven in het rijk der vrijheid. De Spaanse journaliste en schrijfster Aroa Moreno Durán doet haar uiterste best om het grijze DDR-bestaan kleur te geven en het eerste deel van haar roman profiteert van haar uitstekende research. De balts tussen de twee koningskinderen zorgt voor voldoende schwung in het ommuurde Berlijn, maar eens voorbij de sperzone zakt haar roman in elkaar als een ersatzpudding. Na het zinderende eerste deel spurt ze doorheen Katia's leven. Het gemis van haar ouders en zussen, het kapitalistische chagrijn en het consumentisme in de BRD, haar wankele huwelijk met Johannes - Durán jast het er allemaal door in een paar dunne hoofdstukken. Op een stuntelige manier probeert ze nog iets te vertellen over Katia's Spaanse roots en de strenge Stasi die de families van overlopers op de rooster legt, maar het jachtige tempo zit haar in de weg. Zo levendig het DDR-deel, zo doods het Vrije Westen. Best jammer. Met Katia had ze een sterk hoofdpersonage onder haar pen en met het verdeelde Berlijn beschikte ze over een boeiend decor. Hier had een goede redacteur wonderen kunnen doen, zeker als je merkt dat zelfs de vertaler Durán in voetnoten moet corrigeren.