Ik keek naar de miniserie The English Game want dat geeft rust. Drama diende ooit om mensen hun levens wat spannender te maken, nu is het nut vooral dat we de spanning even vergeten. Er is iets heel geruststellends aan het kijken naar fictieve mensen die in een andere tijd of op een andere plaats allerlei problemen hebben. Ik denk dat kostuumdrama's en scifi het goed doen momenteel. We willen even weg van hier, want hier valt niet zo veel meer te lachen.
...

Ik keek naar de miniserie The English Game want dat geeft rust. Drama diende ooit om mensen hun levens wat spannender te maken, nu is het nut vooral dat we de spanning even vergeten. Er is iets heel geruststellends aan het kijken naar fictieve mensen die in een andere tijd of op een andere plaats allerlei problemen hebben. Ik denk dat kostuumdrama's en scifi het goed doen momenteel. We willen even weg van hier, want hier valt niet zo veel meer te lachen. De clowns van het populisme? Plots niet zo grappig meer. Beseffen dat de eenmaking der Europese volkeren ook maar een illusie was? Geen echte verrassing, maar daarom nog niet grappig. De wereldorde voor onze ogen zien shiften? Grote verandering, dus nooit leuk, en dus al zeker niet grappig. Misschien was de wereld te groot geworden. Ken je dat punt waarop technologie nog wel evolueert maar niet meer voelbaar beter wordt? Heel gemakkelijk voorbeeld: van de laatste Nokia naar de eerste iPhone, dat was een gigantische stap. Van de iPhone zoveel naar de iPhone zoveel plus 1: je kunt 'm nu ook in oranje krijgen. 'Hoezo, hij bestond toch al in oranje?' 'Ja, maar dit oranje is ánders.' Eerst werkt technologie even voor ons, dan wij voor haar. En dat bot een mens af. We worden er cynisch door, voelen ons een moderne slaaf, een stukje wandelende afzetmarkt voor schermpjes en abonnementjes en verzekeringen en leningen. De consument die zelf geconsumeerd wordt, dat moet zowat de fase zijn geweest waarin we als westerlingen waren terechtgekomen. Dienaars van de macht, en de macht zijn geen andere mensen meer, maar bedrijven zo groot dat ze het zelf niet meer kunnen meten. En toen viel alles stil. Los van de primaire angst om aangestoken te worden door een rottig virus regeert de angst om met onze essentie te worden geconfronteerd. Dat wil natuurlijk geen mens. We zijn al zolang als we het ons kunnen herinneren aan het lopen. Ja, goed, we nemen soms een week vakantie. Soms twee. Heel soms drie. En dan bruinen we wat en we gaan eens lekker eten in een mooi stadje aan een kustlijn. Maar echt stoppen met lopen? Nooit. Minstens even angstaanjagend als het virus, ondanks het veel lagere risico op de dood als gevolg. Een grote zoektocht hierna zal zijn: wat is nog mensenmaat? Hoe passen we onze structuren aan zodat ze ons ideaal kunnen dienen, en niet langer het omgekeerde, dat we ze moeten ondergaan? Want we zien nu elke dag hoe het late kapitalisme volledig faalt. De politieke klasse is te gecorrumpeerd door media en industrie, de grote bedrijven blijken van maand tot maand te leven net als het grootste deel van de gewone bevolking. Als dit geen gigantische reset teweegbrengt, dan gaat die mogelijk nooit meer gebeuren. En hij is al zo lang nodig. Maar tot het zover is, tot de prioritaire problemen van de baan zijn, doen we er goed aan om mentaal onze wereld klein te houden en onze tijd op te delen in uren en dagen. Iedereen kan een ton dragen als het in duizend delen van een kilo mag.