Op 28 februari 1957 verschijnt één enkele tekening van een mysterieus figuurtje in maatpak en vlinderdas in het stripblad Spirou, de Franse uitgave van Robbedoes. In eerste instantie doet de slungel vooral dienst als opvulsel tussen de reclames, maar niet veel later begint hij te praten, ruilt hij het chique kostuum in voor zijn iconische groene coltrui met blote navel, jeans en afgesleten espadrilles én krijgt hij de naam Guust toegekend. Met zijn slome kop en onvoorwaardelijke nonchalance incarneert hij op ongeziene wijze de pantoffelheld.
...

Op 28 februari 1957 verschijnt één enkele tekening van een mysterieus figuurtje in maatpak en vlinderdas in het stripblad Spirou, de Franse uitgave van Robbedoes. In eerste instantie doet de slungel vooral dienst als opvulsel tussen de reclames, maar niet veel later begint hij te praten, ruilt hij het chique kostuum in voor zijn iconische groene coltrui met blote navel, jeans en afgesleten espadrilles én krijgt hij de naam Guust toegekend. Met zijn slome kop en onvoorwaardelijke nonchalance incarneert hij op ongeziene wijze de pantoffelheld. Guust Flater - Gaston Lagaffe voor de Franstaligen - is een creatie van André Franquin, die het figuurtje bedenkt en tekent. De uiteindelijke naam wordt voorgesteld door Yvan Delporte, hoofdredacteur van Robbedoes. Het personage doet hem namelijk denken aan een vriend van hem, die Gaston heet. Voeg daar de door onhandigheid verkregen achternaam bij, en Gaston Lagaffe oftewel Guust Flater is geboren. Al snel krijgt hij een wekelijkse plek in Robbedoes en groeit hij uit tot een volwaardig stripfiguur. Nou moe?!Net als zijn geestelijke vader komt Guust op de redactie van Robbedoes terecht. Hoewel hij als 'bewust werkloze' door het leven gaat, raakt hij haast per ongeluk aan de slag als postsorteerder. Die job neemt hij niet al te serieus: zijn middagdutjes durven weleens uit te lopen en als hij dan eens wakker is, houdt hij zich liever bezig met bizarre experimenten en uitvindingen. Zijn bekendste vondst is misschien wel de flaterfoon, een muziekinstrument dat zoveel trillingen veroorzaakt dat erop spelen steevast met naburige rampen gepaard gaat. Op onnavolgbare wijze slaagt hij erin alles te doen mislukken en het zijn collega's knap lastig te maken. Zelf haalt hij er achteloos de schouders bij op, meestal kracht bijgezet door zijn favoriete uitdrukking: 'Nou moe?!'In die tijd tekent Franquin ook al de verhalen van Robbedoes, Kwabbernoot en Ton en Tineke. Naar verluidt heeft hij het zo druk dat hij een deel van het tekenwerk van Guust overlaat aan Jidéhem, de artiestennaam van Jean De Mesmaeker. Ook vandaag nog blijft het moeilijk om te onderscheiden welke tekening van wie is, al zou er een licht verschil in lettertype zijn.Guust Flater blijft evolueren. Er duiken steeds meer personages op, zoals meneer de Mesmaeker - gebaseerd op de vader van Jidéhem -, agent Vondelaar en natuurlijk juffrouw Jannie, waar Guust stapelgek op wordt. Geitenwollensok in stripvormOndanks zijn krakkemikkige Fiat 509, wordt Guust steeds milieubewuster. Eind jaren zeventig weet hij zich zelfs te ontpoppen tot de eerste milieuactivist in stripvorm. Want hoewel hij liever lui dan moe is, wil hij tussen zijn dutjes door gerust vechten voor zijn idealen. Zo spoort Guust zijn publiek aan lid te worden van Greenpeace en Amnesty International en neemt hij zelf deel aan een anti-atoombomdemonstratie.Franquin verweeft nadrukkelijk maatschappijkritische elementen in zijn strip. Bijvoorbeeld wanneer de meeuw van Guust op televisie beelden van met olie besmeurde vogels ziet en weigert nog langer mee te rijden met de auto. Franquin was hierin zeker een voorloper. Guust Flater is de eerste mainstreamstrip die op zo'n manier humor met kritiek verbindt. Guust gaat bovendien steeds meer lijken op zijn tekenaar. Franquin worstelt met een depressie, en met zijn grappen gaat steeds vaker een wrange nasmaak gepaard.André Franquin sterft in 1997, twee dagen na zijn 73ste verjaardag, en met hem gaat ook Guust Flater op pensioen. Twintig jaar na de dood van de tekenaar en zestig jaar na de geboorte van ultieme antiheld, bieden zijn avonturen nog steeds veel plezier aan lezers van alle leeftijden. Franquin wordt overal geprezen om zijn levendige, zwierige en gedetailleerde stijl die Guust Flater zo kenmerkt, maar misschien is zijn grootste verdienste wel dit: dat hij van de duts der dutsen toch een held wist te maken.